Het Urban Land Institute (ULI) houdt zijn Europese jaarcongres in 2027 in Amsterdam. Dat meldt ULI Europe in een terugblik op de ULI Europe Conference 2026 in Berlijn, geschreven door congresmoderator prof. Greg Clark. Na Berlijn strijkt een van de belangrijkste ontmoetingen van Europese vastgoedbestuurders, beleggers en stadsbestuurders daarmee neer in de Nederlandse hoofdstad. De centrale vraag van Berlijn, hoe Europa zijn concurrentiekracht kan terugvinden, geeft alvast richting aan het gesprek dat in Amsterdam wordt voortgezet.
Tien lessen uit Berlijn
In zijn slotbeschouwing vat Clark het congres samen in tien observaties. Zijn vertrekpunt is dat het gangbare beeld van een wereld die wordt beheerst door de rivaliteit tussen de Verenigde Staten en China Europa tekortdoet. Door die bril bekeken oogt het continent vergrijsd, versnipperd en kleinschalig. Clark stelt dat dit niet de beste maatstaf is om de Europese concurrentiepositie te beoordelen.
Sir Robin Niblett, verbonden aan Chatham House en Ledwell Advisory, opende het congres met de stelling dat concurrentiekracht altijd relatief is. In vergelijking met de rest van de wereld springen volgens hem de stabiliteit en het goede bestuur van Europa eruit, eigenschappen die elders schaars zijn geworden.
Clark beschrijft Europa als een gespreid systeem van ruwweg 560 miljoen inwoners in 38 landen en zo’n 250 steden, waarvan veel middelgroot en elk met eigen specialismen, van universiteiten en zorg tot design, cultuur en nichemaakindustrie. Die spreiding maakt het continent minder kwetsbaar voor plotselinge schokken, ook al blijft de economische groei op papier achter. Professor Arturo Bris van het IMD World Competitiveness Center onderschreef die bredere kijk op concurrentiekracht. ING-hoofdeconoom Marieke Blom wees op het vertrouwen dat burgers en internationaal kapitaal in Europese instituties hebben als economische troef.
Woningnood als kapitaalmarktvraagstuk
Tegelijk legt de versplintering van de wereldhandel volgens Clark strategische zwaktes bloot. Europa is afhankelijk geworden van de Verenigde Staten voor technologie en defensie, van Rusland en andere landen voor energie en van China voor industriële producten. Hij noemt het opbouwen van eigen capaciteit op het gebied van energie, technologie en defensie een prioriteit voor de komende vijf tot tien jaar, en waarschuwt dat die omslag tijd kost.
Die soevereiniteitsagenda moet volgens Clark samengaan met structurele hervormingen op vier terreinen: demografie, de klimaattransitie, wonen en productiviteit. Vooral het woningvraagstuk kreeg in Berlijn veel aandacht. In een sessie onder leiding van Christian Schede van Greenberg Traurig spraken Rolf Buch van de Duitse vastgoedkoepel ZIA, Amal del Monaco van AA Real Edge en Gus Wiseman van Patrizia over aanbod en betaalbaarheid. De scherpste conclusie die Clark daaruit trekt: de Europese woningcrisis is in wezen een kapitaalmarktprobleem. Met 27 verschillende stelsels voor REIT’s en insolventie, en pensioengeld dat onvoldoende naar langetermijnbeleggingen in woningen stroomt, pleit hij ervoor de Europese kapitaalmarktunie ook tot vastgoed uit te breiden.
Kansen voor vastgoedbeleggers
Juist de diversiteit van Europa biedt volgens Clark kansen voor vastgoedbeleggers, verspreid over sectoren, regio’s en fasen van de cyclus. Het kapitaalmarktpanel onder leiding van Edward Siskind van Cale Street Partners moest het doen met een aantal last-minute afzeggingen, maar kon met ULI-leden op korte termijn alsnog worden gevuld. Aref Lahham van Orion Capital Managers, Richard Powers van Brookfield Europe en Uli Steinmetz van DWS Real Estate betoogden dat teams die in vergelijkbare politieke en economische omstandigheden werken, gespreide portefeuilles kunnen opbouwen en tegelijk lokale kansen kunnen benutten. Stephan van Vliet van Zurich Insurance Group plaatste dat in het perspectief van risico en weerbaarheid en riep Europese vastgoedleiders op die diversiteit bewuster in te zetten.
Als randvoorwaarden noemt Clark een echte kapitaalmarktunie, meer grensoverschrijdende investeringen, een verstandige omgang met fusies, overnames en intellectueel eigendom, wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en pensioenhervormingen die meer spaargeld naar de Europese economie leiden. Hij merkt op dat veel van die punten aansluiten bij het rapport over Europese concurrentiekracht dat Mario Draghi in 2024 presenteerde.
Durf en de kracht van middelgrote steden
De slotboodschap van Berlijn was een oproep tot durf. Europa zou volgens de sprekers moeten inzetten op zijn sterke punten, waaronder middelgrote steden met een hoge levenskwaliteit die zich kunnen specialiseren. Carol Coletta van het Bloomberg Center for Public Innovation en Thomas Sevcik van arthesia illustreerden dat. Bij grootschalige stedelijke vernieuwing is volgens het congres een verschuiving nodig van versnipperd eigendom naar gecoördineerd grondbezit, een proces dat dertig tot vijftig jaar kan beslaan. Daarover spraken Nick Searl en Jesse Shapins van Urban Partners, Miguel Hernández van het Madrileense gebiedsproject CREA Madrid Nuevo Norte en Kjersti Lund van Gehl.
Clark concludeert dat de Europese belofte minder ligt in hoge groeicijfers dan in weerbaarheid, gezondheid, vernieuwingskracht en vertrouwen, aangevuld met onderwijs, kinderopvang, zorg en levensverwachting.
Amsterdam als gastheer
Met de keuze voor Amsterdam komt het congres naar een stad die zelf midden in de discussies staat die in Berlijn werden gevoerd: woningtekort, de rol van institutionele beleggers en grootschalige gebiedsontwikkeling. ULI is in Nederland actief via ULI Netherlands, dat onder meer een eigen jaarcongres en prijzen organiseert. De Europese organisatie heeft de komst naar Amsterdam vooralsnog alleen in hoofdlijnen bekendgemaakt; nadere details over het programma, de locatie en de sprekers worden later verwacht. Voor de Nederlandse vastgoedsector betekent de komst van het congres dat een groot deel van de Europese beleggers- en ontwikkelaarsgemeenschap in 2027 op eigen bodem bijeenkomt.
Lees ook: ULI Europe Conference 2026 in Berlijn: ING-econoom opent congres over Europese concurrentiekracht en MIPIM Awards 2026: veertig finalisten, Rotterdams Groot Handelsgebouw maakt kans in Cannes.