Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (SOR) krijgt per 1 september 2024 een vaste directeur-bestuurder. De raad van commissarissen heeft Dick Mol benoemd, die de corporatie sinds september 2023 al ad interim leidt. Dat meldde PropertyNL op 3 juni 2024. Met de stap naar een vaste aanstelling in Rotterdam stopt Mol met zijn deeltijdfunctie als directeur-bestuurder van Cocon Wonen in Soest.
Van interim naar vast
Mol is geen onbekende in de corporatiewereld. Hij heeft ruim dertig jaar ervaring in uiteenlopende functies bij woningcorporaties. Bij SOR trad hij in september 2023 aan als interim-bestuurder; na ruim een half jaar kiest de raad van commissarissen ervoor hem definitief aan het roer te zetten. Een interim-bestuurder die vast wordt benoemd, is in de sector geen uitzondering: het geeft continuïteit in een periode waarin corporaties met grote investeringsopgaven en strakke afspraken met het Rijk en gemeenten te maken hebben.
Tot zijn benoeming combineerde Mol het interim-bestuurderschap in Rotterdam met een deeltijdfunctie in Soest, waar hij directeur-bestuurder was van Cocon Wonen. Die laatste rol komt met de vaste aanstelling bij SOR te vervallen. De benoeming gaat in op 1 september 2024, precies een jaar nadat hij als interim begon.
Specialist in ouderenhuisvesting
SOR is geen doorsnee woningcorporatie. De stichting werd in 1986 opgericht om ouderen met een laag inkomen in Rotterdam aan een passende woning te helpen. Volgens PropertyNL huren ongeveer 7.500 huishoudens een woning van SOR, verdeeld over 56 woongebouwen in de Rotterdamse regio en de Hoeksche Waard. Daarmee geldt SOR als de grootste gespecialiseerde corporatie in de regio. Op de eigen website omschrijft de organisatie zich als woonspecialist voor senioren, met als ambitie dat iedere bewoner zich thuis voelt.
Het werkterrein van SOR raakt aan een van de grootste opgaven op de Nederlandse woningmarkt: het huisvesten van een snel groeiende groep ouderen. Veel senioren wonen in eengezinswoningen die niet zijn toegerust op wonen met beperkingen, terwijl de verpleeghuiscapaciteit beperkt is en het beleid erop gericht is dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Daardoor groeit de vraag naar gelijkvloerse woningen, woningen in de buurt van voorzieningen en geclusterde woonvormen waarin ouderen zelfstandig wonen maar wel gemeenschappelijke ruimten en eventueel zorg in de buurt hebben.
Landelijke opgave
Het kabinet heeft die opgave in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen in cijfers vertaald. Tot 2030 zijn er volgens dat programma 290.000 extra woningen voor ouderen nodig: 170.000 nultredenwoningen, 80.000 woningen in geclusterde woonvormen en 40.000 zorggeschikte woningen. Ook woningcorporaties hebben in de Nationale Prestatieafspraken toegezegd aan die opgave bij te dragen. Eind juni 2023 stuurden de ministers een voortgangsrapportage over de programma’s voor wonen en zorg voor ouderen naar de Tweede Kamer.
Die ouderenafspraken maken deel uit van het bredere pakket Nationale Prestatieafspraken dat corporaties, Rijk, gemeenten en huurders in juni 2022 sloten. Daarin staat onder meer dat corporaties tussen 2022 en 2030 250.000 sociale huurwoningen bouwen, alle woningen met een E-, F- of G-label vóór eind 2028 aanpakken en tot 2030 675.000 woningen grondig isoleren. Tegenover die inspanningen staat de afschaffing van de verhuurderheffing per 1 januari 2023, die de sector volgens Aedes jaarlijks ongeveer 1,7 miljard euro aan investeringsruimte oplevert.
Voor een gespecialiseerde corporatie als SOR betekent die landelijke opgave dat de vraag naar haar woningen eerder toe- dan afneemt. Tegelijkertijd staan corporaties voor andere grote investeringen: het verduurzamen van de bestaande voorraad, het aanpakken van achterstallig onderhoud en het wegwerken van slechte energielabels. Bij woongebouwen voor ouderen komen daar specifieke eisen bij, zoals liften, toegankelijke entrees en gemeenschappelijke ruimten, die de exploitatie en renovatie complexer maken dan bij gewone portiekflats of eengezinswoningen.
Rotterdamse context
In de regio Rotterdam is de vergrijzing net als elders in het land merkbaar, en de afgelopen jaren is de druk op gemeenten en corporaties toegenomen om in woonvisies en prestatieafspraken concrete aantallen seniorenwoningen op te nemen. SOR heeft als specialist een eigen positie tussen de grote algemene corporaties in de stad. Doordat de corporatie zich uitsluitend op ouderen richt, is zij bij uitstek gevoelig voor ontwikkelingen in het zorgbeleid, zoals de verschuiving van intramurale zorg naar zorg thuis.
Voor zakelijke partijen in de zorgvastgoedmarkt, zoals beleggers in seniorenwoningen en zorgaanbieders, is het van belang hoe corporaties als SOR hun rol invullen. Waar corporaties een groot deel van het betaalbare segment voor hun rekening nemen, richten beleggers zich vaker op het middensegment en de vrije sector voor senioren. Samen bepalen zij of de doelstellingen uit het landelijke programma haalbaar zijn.
Wat er nu volgt
Met de vaste benoeming kan Mol de koers die hij als interim heeft ingezet doortrekken. Per 1 september 2024 begint zijn termijn als directeur-bestuurder; zijn bestuursrol bij Cocon Wonen in Soest komt daarmee te vervallen. Voor SOR liggen de prioriteiten in het verlengde van de landelijke opgave: het beschikbaar houden van betaalbare en geschikte woningen voor ouderen in de Rotterdamse regio, het verduurzamen en onderhouden van de 56 woongebouwen en het samenwerken met gemeenten en zorgpartijen om het aanbod aan te laten sluiten bij de groeiende vraag.
Lees ook: Capital Value: beleggingen in zorgvastgoed halveren in 2023, nieuwbouw blijft ver achter bij ouderenambitie en Bouwinvest koopt elf woonzorgcomplexen van Emeis voor € 97 mln.
Bron: PropertyNL
Extra bronnen: SOR · Aedes – Nationale Prestatieafspraken op hoofdlijnen (30 juni 2022) · Aedes – voortgang programma’s Wonen en Zorg voor Ouderen (29 juni 2023)