Een inwoner van Groot-Amsterdam heeft gemiddeld 43,5 vierkante meter woonruimte. Dat is ruim een vijfde minder dan het landelijke gemiddelde van 55 m² en 26 m² minder dan in Midden-Limburg, waar het gemiddelde op 69,8 m² ligt. Dat blijkt uit cijfers die het CBS op 21 september publiceerde over de woonoppervlakte per persoon op 1 januari 2026. In tien jaar tijd kreeg de gemiddelde Nederlander er iets meer dan 2 m² bij.
Wat zeggen de cijfers
Het CBS deelt de woonoppervlakte van een woning door het aantal bewoners. De verschillen tussen regio’s zijn groot. In de Randstad wonen mensen gemiddeld kleiner dan daarbuiten. Groot-Amsterdam staat onderaan, Midden-Limburg bovenaan. Volgens een berekening van de redactie heeft een inwoner van Midden-Limburg zo’n 60 procent meer ruimte dan een Amsterdammer.
| COROP-gebied | Woonoppervlakte per persoon 2026 | 2016 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Groot-Amsterdam | 43,5 m² | 41,0 m² | +2,5 m² |
| Zaanstreek | 45,5 m² | 45,1 m² | +0,4 m² |
| Agglomeratie ‘s-Gravenhage | 46,9 m² | 45,8 m² | +1,1 m² |
| Groot-Rijnmond | 47,1 m² | 46,0 m² | +1,1 m² |
| Flevoland | 49,6 m² | 50,1 m² | −0,5 m² |
| Utrecht | 50,2 m² | 48,8 m² | +1,4 m² |
| Noord-Drenthe | 66,7 m² | 61,7 m² | +5,0 m² |
| Midden-Limburg | 69,8 m² | 65,4 m² | +4,4 m² |
| Nederland | 55 m² | circa 53 m² | iets meer dan +2 m² |
Opvallend is dat Groot-Amsterdam, ondanks de krapte, met 2,5 m² meer dan gemiddeld is gegroeid. Flevoland is het enige gebied waar de woonruimte per persoon is afgenomen, met een halve vierkante meter. Noord-Drenthe ging er het meest op vooruit: 5 m².
Ook leeftijd maakt veel uit. Zelfstandig wonende 70-plussers, alleenstaand of samenwonend, hebben gemiddeld 81 m² per persoon. Jongeren van 15 tot 20 jaar, die meestal nog bij hun ouders wonen, hebben gemiddeld 58 m². Daarna neemt de ruimte per persoon af, omdat mensen gaan samenwonen en kinderen krijgen. Het dieptepunt ligt rond de 35 tot 45 jaar: vrouwen van 35 tot 39 jaar hebben gemiddeld 42,4 m², mannen van die leeftijd 49,2 m².
Op hoge leeftijd wordt het verschil tussen mannen en vrouwen groter. Vrouwen van 85 tot 89 jaar hebben gemiddeld 92,7 m², mannen van die leeftijd 80,0 m². Tien jaar eerder was dat respectievelijk 86,6 en 74,9 m².
Zelfs bij ouderen telt de regio mee. Zeventigplussers in Zuidoost-Friesland, Zuidoost-Drenthe en Zuid-Limburg hebben iets meer dan 92 m² per persoon. In Groot-Amsterdam en de Zaanstreek is dat 70 m².
Waarom stijgt het
Volgens het CBS hangt de woonoppervlakte per persoon vooral samen met de levensloop. Vanaf ongeveer 40 jaar groeit de ruimte per persoon weer, doordat kinderen uit huis gaan, mensen scheiden en op hogere leeftijd een partner overlijdt. Mensen blijven dan vaak alleen achter in een woning die voor een gezin bedoeld was. Vooral bij 70-plussers is de woonruimte per persoon in tien jaar gegroeid, met 3 m². Vanaf ongeveer 55 jaar hebben vrouwen meer ruimte dan mannen. Volgens het CBS komt dat mogelijk doordat mannen gemiddeld jonger overlijden.
De regionale verschillen hebben ook met de woningvoorraad te maken. In de grote steden staan relatief veel appartementen en kleinere woningen. Daarbuiten zijn grondgebonden woningen gebruikelijker. Hoe groter de vraag en hoe hoger de grondprijs, hoe minder vierkante meters bewoners zich per persoon kunnen veroorloven. Dat is algemene marktlogica, geen uitkomst van het CBS-onderzoek.
Wat betekent dit voor beleggers en ontwikkelaars
Voor de woningbouwopgave laat de statistiek zien dat niet alleen het aantal woningen telt, maar ook hoe de bestaande ruimte wordt gebruikt. Als ouderen langer alleen in een grote woning blijven wonen, stijgt de woonoppervlakte per persoon zonder dat er een woning bij komt. Volgens een rekenvoorbeeld van de redactie zou een inwoner van Groot-Amsterdam die net zo veel ruimte wil als de gemiddelde Nederlander, ruim een kwart meer vierkante meters nodig hebben.
Voor beleggers en ontwikkelaars ligt een kans in doorstroming. Passende woningen voor senioren kunnen grotere woningen vrijmaken voor gezinnen, als ouderen daadwerkelijk verhuizen. Beleggers zijn in dat segment actief: zo kocht Achmea onlangs 110 seniorenwoningen in Hoogvliet.
Tegelijk vragen de cijfers om voorzichtigheid. Een kleine woonoppervlakte per persoon in de Randstad is deels een keuze voor stedelijke voorzieningen en deels een gevolg van schaarste. Gemiddelden zeggen niets over de vraag hoeveel huishoudens krap behuisd zijn. Het CBS publiceert daarover in dit bericht geen cijfers. De huren stegen intussen dit jaar met 4,4 procent.
Om in de gaten te houden
- Seniorenhuisvesting: juist bij 70-plussers groeide de woonruimte per persoon het sterkst, met 3 m² in tien jaar.
- Flevoland: het enige gebied waar mensen kleiner zijn gaan wonen. Volgende metingen moeten laten zien of dat doorzet.
- Nieuwbouw in de steden: compacte appartementen houden de woonoppervlakte per persoon in de Randstad laag. De vraag is of dat bij de woonwensen past.
- Regionale verschillen: het verschil van ruim 26 m² tussen Groot-Amsterdam en Midden-Limburg blijft een gegeven bij keuzes voor locaties en woningtypen.
Meer cijferverhalen staan in de rubriek Vastgoed in cijfers.
Bron: CBS – Gemiddelde woonoppervlakte neemt toe met 2 m² in 10 jaar · Extra bron: CBS – Gemiddelde woonoppervlakte per persoon, 2016-2026