De Omgevingswet heeft het toezicht op en de handhaving van milieubelastende activiteiten ingewikkelder gemaakt. Dat leidt tot extra risico’s voor milieu, veiligheid en gezondheid, en tot meer onzekerheid voor bedrijven. Die conclusie trekt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in het advies ‘Toezicht met vertrouwen’, dat op 13 oktober is aangeboden aan minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat. Het adviescollege bepleit een gezamenlijk programma van overheden, omgevingsdiensten en bedrijfsleven.
Vier signalen uit de praktijk
De Omgevingswet geldt sinds 1 januari 2024. De wet legt de verantwoordelijkheid voor het benutten en beschermen van de leefomgeving in de eerste plaats bij burgers en bedrijven, en gaat daarbij uit van vertrouwen en flexibiliteit. Daar hoort volgens de Rli wel bij dat de overheid snel en doeltreffend kan ingrijpen als het misgaat. Juist dat staat onder druk.
De raad onderzocht signalen van omgevingsdiensten, bedrijven en bevoegde gezagen en vat die samen in vier punten. Ten eerste hebben toezichthouders minder overzicht over de samenhang tussen activiteiten en de bijbehorende milieurisico’s. Dat komt door de combinatie van veel afzonderlijke milieubelastende activiteiten, algemene regels en de vrijheid van indiening. Ten tweede hebben ze minder houvast, omdat de wet vaker werkt met specifieke zorgplichten, doelvoorschriften en open normen. Ten derde zijn er meer verschillen in regels tussen gemeenten door de grotere bestuurlijke afwegingsruimte en het lokale maatwerk. Ten vierde moet er vaker achteraf worden bijgestuurd, nu vergunningen deels zijn vervangen door algemene regels en er dus minder vooraf wordt gecontroleerd.
Ook bedrijven merken dat. Zij ervaren volgens het advies hogere administratieve lasten door de vele meld- en informatieplichten. Daarnaast ervaren ze meer onzekerheid door interpretatieverschillen tussen toezichthouders. Omdat de beoordeling door de individuele toezichthouder zwaarder weegt, voelt het toezicht minder uniform. Initiatiefnemers moeten bovendien vaker achteraf onbedoelde fouten herstellen.
Dreigende neerwaartse spiraal
De Rli waarschuwt voor een neerwaartse spiraal. In die spiraal loopt de werkdruk op, daalt het toezichtniveau en nemen overtredingen in aantal en ernst toe. De pakkans en de kans op een sanctie worden kleiner, en het vertrouwen van de samenleving in de rechtshandhaving neemt af. Dat raakt volgens de raad de bescherming van publieke waarden, de rechtsgelijkheid en de rechtszekerheid.
De raad noemt vijf kernoorzaken. De verschuiving van verantwoordelijkheden die de wet beoogt, is onvoldoende begeleid, vooral richting bedrijven en burgers. De gevolgen van werken in de geest van de wet zijn voor toezicht en handhaving onvoldoende doordacht. De stelselherziening valt samen met een groeiend aantal grote en deels onvoorziene opgaven. Milieuregels passen moeizaam in de nieuwe instrumenten, met de omgevingsplannen als grootste opgave. En het uitgangspunt van vertrouwen houdt te weinig rekening met verschillen in kundigheid en motivatie tussen bedrijven en burgers.
Drie aanbevelingen
De overkoepelende aanbeveling is een programma ‘Toezicht en Handhaving onder de Omgevingswet’. De Rli ziet dat als opvolger van eerdere interbestuurlijke programma’s. Nieuw is dat het bedrijfsleven er directer bij wordt betrokken, passend bij de centrale verantwoordelijkheid die de wet bedrijven geeft. Volgens de raad krijgen omgevingsdiensten en bedrijven nu te weinig ruimte om hun signalen en kennis in te brengen, terwijl het Rijk op te grote afstand staat.
Het programma moet zich op drie punten richten. Ten eerste moet er meer duidelijkheid komen over hoe initiatiefnemers kunnen voldoen aan zorgplichten en open normen, en hoe zij omgaan met meld- en informatieplichten. Brancheverenigingen zouden daarbij in beginsel het initiatief moeten nemen. Ten tweede moeten er criteria komen om te bepalen wanneer een opgave niet lokaal maar op een hoger bestuurlijk niveau thuishoort: het ‘tenzij’ in het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’. Gemeenten zouden daarnaast een keuzemenu met varianten van maatwerkregels moeten krijgen, zodat definities, interpretaties en meetinstructies uniformer worden. Ten derde moet de adviesfunctie van de omgevingsdiensten steviger worden verankerd. Bevoegde gezagen zouden concreet moeten afspreken wanneer zij advies inwinnen en hoe zichtbaar wordt wat ermee is gedaan.
Relevantie voor eigenaren en gebruikers van bedrijfsvastgoed
De Rli richt zich in het advies op milieutoezicht, niet specifiek op vastgoed. Toch raakt het zakelijk vastgoed rechtstreeks. Logistieke centra, productiehallen, bedrijfsverzamelgebouwen en panden op bedrijventerreinen huisvesten vaak milieubelastende activiteiten. Daarvoor geldt sinds 2024 in veel gevallen een meldplicht of algemene regel in plaats van een vergunning vooraf. De onzekerheid die de Rli beschrijft, kan daardoor ook bij verhuurders, kopers en financiers terechtkomen. Zij moeten inschatten of een gebruiker aan zijn zorgplicht voldoet en hoe een lokale toezichthouder open normen uitlegt. Bovendien kunnen dezelfde activiteiten in verschillende gemeenten uiteenlopend worden beoordeeld. Dat maakt het lastiger om portefeuilles met panden in meerdere regio’s op een uniforme manier te beheren.
De verschuiving naar toezicht achteraf betekent daarnaast dat problemen later aan het licht kunnen komen, soms pas wanneer er al schade is ontstaan. Voor due diligence bij aankopen en herontwikkelingen weegt de vraag hoe een pand en de activiteiten daarin zich verhouden tot het omgevingsplan en de geldende zorgplichten daardoor zwaarder. De Rli constateert verder dat de integratie van milieuregels in de omgevingsplannen moeizaam verloopt. Die plannen bepalen ook welke functies op een locatie zijn toegestaan.
Hoe nu verder
Het kabinet moet nog op het advies reageren. Het is aan minister Boekholt-O’Sullivan en staatssecretaris Bertram om te bepalen of het voorgestelde programma er komt en hoe het bedrijfsleven daarin een plaats krijgt. Volgens de Rli biedt de Omgevingswet zelf een stevig fundament voor de grote opgaven in de leefomgeving, maar heeft de uitvoeringspraktijk extra handvatten nodig. Het volledige advies en de bijbehorende infographics staan op de website van de Rli.
Bron: Rli – Toezicht met vertrouwen
Extra bronnen: Rli – persbericht 13 oktober 2026, Vastgoedjournaal