De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en kennisorganisatie Platform31 hebben het Nationaal Expertisecentrum Woningbouw (NECW) geopend, zo meldde Vastgoedjournaal op 13 oktober. Het door het Rijk gefinancierde centrum moet gemeenten helpen om woningbouwplannen sneller van papier naar de bouwplaats te krijgen. Daarnaast komt er via de provincies een centraal loket waar gemeenten extra capaciteit kunnen aanvragen, met als doel een landelijk netwerk van deskundigen dat moet groeien tot ongeveer 200 fte.
Plannen genoeg, mensen te weinig
De aanleiding is een probleem dat ontwikkelaars, beleggers en corporaties al langer signaleren: aan plannen is in veel gemeenten geen gebrek, maar aan mensen en specialistische kennis om ze uit te voeren wel. Projectleiders, vergunningverleners en juristen zijn schaars, terwijl gebiedsontwikkelingen steeds complexer worden. Volgens Vastgoedjournaal, dat over de opening berichtte, moet het centrum de bestaande kennis en capaciteit in Nederland beter inzetten op de plekken waar die ontbreekt. Gemeenten zouden dan niet langer telkens zelf op zoek hoeven naar de juiste expertise, en werkwijzen die elders hun waarde hebben bewezen, kunnen breder worden toegepast.
Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) noemde de rol van gemeenten bij de opening cruciaal om meer, sneller en beter te bouwen. Volgens de minister is naast geld en goede plannen vooral menskracht en kennis nodig, en is in de doorlooptijd de meeste winst te behalen.
Hoe de ondersteuning werkt
Het NECW is een kennisplatform: het verzamelt beproefde werkwijzen en instrumenten en ondersteunt gemeenten en hun partners bij het toepassen daarvan. Toen de VNG en Platform31 het initiatief in januari aankondigden, noemden zij drie taken: kennis bundelen en verspreiden, gemeenten actief begeleiden bij het gebruik ervan, en gemeentelijke professionals opleiden. Op langere termijn moet een centraal platform ontstaan waar gemeenten en woningbouwpartners gevalideerde, praktische kennis vinden, zodat ze minder afhankelijk worden van tijdelijk ingehuurde krachten.
Naast het kennisdeel komt er een capaciteitsspoor. De provincies richten met financiële steun van het Rijk één centraal meldpunt in. Gemeenten kunnen daar aankloppen voor kennis of mensen, bijvoorbeeld voor projectleiding of vergunningverlening. Zo moet het netwerk van circa 200 fte ontstaan. Het kabinet zegt later dit jaar meer bekend te maken over hoe dit precies wordt ingevuld. Voor kortdurende hulp bij een concreet project blijft het bestaande Expertteam Woningbouw van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beschikbaar.
156 miljoen euro tot en met 2029
Het expertisecentrum valt onder het Programma Uitvoeringskracht Woningbouw, waarin Rijk, provincies en gemeenten samenwerken. Voor de periode 2026 tot en met 2029 is daarvoor 156 miljoen euro beschikbaar. Dat bedrag werd in april al genoemd in een Kamerbrief over de eerste resultaten van de Taskforce Versnelling Woningbouw. Volgens Binnenlands Bestuur maakte het kabinet toen in totaal 287 miljoen euro vrij voor de ondersteuning van gemeenten. De 156 miljoen voor extra ambtelijke capaciteit kwam uit de zogeheten Realisatiestimulans; de minister tekende daarbij aan dat dit nog onderdeel was van parlementaire besluitvorming. In diezelfde brief werd het kenniscentrum de eerste concrete stap van het programma genoemd. Volgens Binnenlands Bestuur zou het toen per 1 juli operationeel moeten zijn.
Volgens de programmapagina van de Rijksoverheid kent het programma drie lijnen: het Nationaal Expertisecentrum Woningbouw, capaciteit voor gemeenten en een derde lijn die nog wordt uitgewerkt. Behalve VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) dragen ook Platform31, RVO, corporatiekoepel Aedes en ontwikkelaarsvereniging NEPROM bij aan onderdelen van het programma.
Onderdeel van het actieplan met vijftig maatregelen
Het versterken van de uitvoeringskracht bij gemeenten en provincies is een van de vijftig actiepunten uit het Actieplan Versnelling Woningbouw van het kabinet. Dat plan moet de route uitstippelen naar de ambitie van 100.000 nieuwe woningen per jaar, waarover Rijk, corporaties en marktpartijen afspraken hebben gemaakt.
De VNG wees er in januari op dat gemeenten jaarlijks vergunningen afgeven voor ongeveer 100.000 woningen, maar dat dit niveau onder druk staat door de krappe arbeidsmarkt, toenemende complexiteit en financiële tekorten. De vereniging riep toen publieke en private partijen op om hun kennis te delen. Die oproep richtte zich ook op ontwikkelaars, bouwbedrijven, architecten, adviesbureaus en corporaties.
Wat het betekent voor de markt
Voor ontwikkelaars en beleggers is de doorlooptijd van een project een directe kostenpost. Elke maand vertraging in planvorming of vergunningverlening drukt via rente, voorfinanciering en bouwkostenstijging op de businesscase. Vergunningen en procedures zijn daarom in de branche al geruime tijd een van de meest genoemde knelpunten, naast netcongestie, stikstof en de stapeling van eisen. Ontwikkelaars in kleinere gemeenten hebben bovendien vaak te maken met een ambtelijk apparaat dat maar een handvol grote projecten tegelijk kan begeleiden.
Een landelijk netwerk van deskundigen dat gemeenten op afroep kunnen inzetten, kan dat knelpunt verkleinen. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het om ongeveer 200 fte gaat, verspreid over het hele land. De invulling van het capaciteitsspoor is bovendien nog niet bekend. Of het centrum de doorlooptijden echt verkort, zal pas blijken als de eerste projecten met ondersteuning van het NECW en het provinciale meldpunt in procedure zijn.
Hoe nu verder
Het kabinet maakt later dit jaar bekend hoe de extra capaciteit via de provincies wordt georganiseerd. Het NECW start ondertussen met het ontsluiten van kennis en het begeleiden van gemeenten. Volgens de VNG is in januari al begonnen met het inventariseren en bundelen van bestaande informatie over woningbouwthema’s. Marktpartijen die in gemeenten tegen capaciteitsproblemen aanlopen, kunnen hun gemeentelijke opdrachtgever wijzen op het nieuwe loket en op het Expertteam Woningbouw van RVO.
Bron: Vastgoedjournaal
Extra bronnen: Volkshuisvesting Nederland – Programma Uitvoeringskracht Woningbouw, Binnenlands Bestuur (20 april 2026), Omgevingsweb (januari 2026)