De provincies Noord-Holland en Zuid-Holland willen voorkomen dat bedrijventerreinen die nodig zijn voor de circulaire economie ongemerkt verdwijnen. Samen hebben zij een handreiking opgesteld waarmee gemeenten ruimte voor circulaire bedrijvigheid kunnen vastleggen en beschermen. Dat meldde PropertyNL op maandag 19 oktober 2026. De provincies beschouwen bedrijventerreinen als onmisbare schakels in de keten van productie, logistiek, verwerking, opslag en hergebruik van grondstoffen, en vragen gemeenten daar in hun omgevingsplannen bewuster mee om te gaan.
Instrumenten voor gemeenten
De handreiking is bedoeld als praktisch hulpmiddel. Gemeenten krijgen een overzicht van juridische en ruimtelijke instrumenten waarmee zij circulaire bedrijvigheid kunnen stimuleren en tegelijk kunnen beschermen tegen verdringing door andere functies. Een centraal punt is het reserveren van ruimte voor circulaire activiteiten in het omgevingsplan, het instrument dat onder de Omgevingswet de regels voor de fysieke leefomgeving per gemeente bundelt. Daarnaast roept het document gemeenten op om bewuster te kiezen welke bedrijven zich op de schaarse terreinen mogen vestigen.
Naast ruimtelijke sturing bevat de handreiking aanbevelingen voor andere instrumenten. Genoemd worden onder meer subsidies, voorwaarden in erfpachtcontracten, convenanten met bedrijven en bedrijveninvesteringszones (BIZ), waarin ondernemers op een terrein samen investeren in gezamenlijke voorzieningen. Volgens de opstellers is juist een combinatie van juridische, financiële en beleidsmatige middelen nodig om circulaire bedrijventerreinen daadwerkelijk van de grond te krijgen. Eén instrument alleen volstaat in hun ogen niet.
De Noord-Hollandse gedeputeerde Esther Rommel presenteerde het document via LinkedIn als een verzameling praktische handvatten voor gemeenten. Zij wees erop dat op bedrijventerreinen productie, logistiek, verwerking, hergebruik en opslag van grondstoffen samenkomen, terwijl de ruimte schaars is en bestaande terreinen soms een andere bestemming krijgen, bijvoorbeeld voor woningbouw.
Milieuruimte en ontsluiting onder druk
De kern van de zorg van beide provincies is dat circulaire bedrijven vaak afhankelijk zijn van locaties die goed bereikbaar zijn en voldoende milieuruimte bieden. Denk aan bedrijven die afvalstromen inzamelen, sorteren en verwerken, of aan recyclingbedrijven die met zwaar transport en geluid te maken hebben. Zulke activiteiten passen niet naast woonwijken. Zonder actief beleid dreigt die ruimte volgens de provincies verloren te gaan aan functies die meer opbrengen per vierkante meter.
Dat risico is in de Randstad reëel. Gemeenten staan onder grote druk om woningen te bouwen, en verouderde bedrijventerreinen aan de rand van steden zijn daarvoor aantrekkelijke locaties. Transformatie naar wonen levert vaak een hogere grondwaarde op dan het behoud van bedrijvigheid. Voor de circulaire economie, die juist fysieke ruimte nodig heeft om materialen op te slaan, te demonteren en opnieuw te verwerken, kan dat een structureel tekort aan geschikte plekken opleveren.
Eerder onderzoek in Noord-Holland
De handreiking staat niet op zichzelf. In november 2024 publiceerde de provincie Noord-Holland een Ruimtelijke Verkenning Circulaire Werklocaties, opgesteld door onderzoeksbureau Ecorys samen met BRO. Die studie onderscheidde zes typen circulaire werklocaties, van kleinschalige hergebruik- en reparatielocaties tot grootschalige grondstoffenhubs en industriële verwerkingslocaties. Volgens het rapport vragen hergebruik- en reparatielocaties tot ongeveer een hectare, stadshubs tussen een en tien hectare, en grondstoffenhubs soms tot honderd hectare.
De onderzoekers wezen in die verkenning ook op de milieuruimte die zware verwerking vraagt. Voor industriële verwerkingslocaties rekenden zij met bufferafstanden van 300 tot 1.500 meter tot rustige woon- of buitengebieden. Als kansrijke gebieden voor grootschalige hubs en verwerking noemden zij het Noordzeekanaalgebied, Den Helder, Boekelermeer-Zandhorst en de omgeving van Schiphol, al achtten zij die laatste regio minder geschikt voor grootschalige industrie. Verder wees de verkenning erop dat het Planbureau voor de Leefomgeving voor de circulaire transitie rekent met een toenemende ruimtevraag voor economische activiteiten op bestaande werklocaties en bedrijventerreinen, terwijl nieuwe locaties tientallen jaren nodig hebben om te ontwikkelen.
Ook landelijk is het thema eerder opgepakt. In september 2025 verscheen een handreiking met de titel Ruimte voor circulaire economie op bedrijventerreinen in en om de stad, in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat document was gebaseerd op een quickscan van 25 bedrijventerreinen en verdiepende studies in onder meer Emmen, Utrecht, Maastricht en Roermond. Het richtte zich vooral op de ruimtelijke inrichting van terreinen en was onder meer bedoeld voor gemeentelijke accounthouders, parkmanagers, ondernemersverenigingen en BIZ-vertegenwoordigers. De nieuwe provinciale handreiking legt de nadruk meer op het juridische en beleidsmatige instrumentarium.
Betekenis voor eigenaren en gebruikers
Voor beleggers en eigenaren van bedrijfsruimte is de boodschap van de provincies relevant. Wanneer gemeenten ruimte in hun omgevingsplannen expliciet reserveren voor circulaire activiteiten en strenger selecteren welke bedrijven zich mogen vestigen, kan dat de verhuurbaarheid en de waardeontwikkeling van panden op die terreinen beïnvloeden. Enerzijds biedt een beschermde bestemming meer zekerheid dat een terrein bedrijventerrein blijft. Anderzijds kan een strakkere toelating van gebruikers de doelgroep van een pand verkleinen.
Ook de genoemde financiële instrumenten kunnen voor eigenaren van belang zijn. Erfpachtvoorwaarden en convenanten kunnen eisen bevatten over het type activiteit of over samenwerking tussen bedrijven op een terrein. Een bedrijveninvesteringszone vraagt een bijdrage van eigenaren of gebruikers, maar kan de kwaliteit en uitstraling van een terrein verbeteren.
Voor gebruikers, zoals recyclers, reparatiebedrijven en verwerkers van reststromen, kan de handreiking juist ruimte opleveren. Zij concurreren op de grondmarkt vaak met partijen die meer kunnen betalen, zoals logistieke dienstverleners of ontwikkelaars van woningen. Een bewuste toewijzing door gemeenten kan hun positie versterken.
Hoe verder
De handreiking heeft geen bindend karakter. Het is aan gemeenten om de instrumenten toe te passen in hun omgevingsplannen en in hun grond- en erfpachtbeleid. Daarmee hangt het effect af van de mate waarin gemeenten in Noord- en Zuid-Holland de adviezen overnemen, en van de afweging die zij maken tussen woningbouw en behoud van werklocaties. De provincies zelf kunnen via hun eigen omgevingsverordening en hun regionale programma’s voor werklocaties sturing geven. Of en hoe zij dat aanvullend gaan doen, staat niet in de berichtgeving over de handreiking.
Bron: PropertyNL – Noord- en Zuid-Holland hand in hand voor circulaire bedrijventerreinen. Extra bronnen: Provincie Noord-Holland – Ruimtelijke Verkenning Circulaire Werklocaties, Omgevingsweb – Inspiratie voor circulaire economie op bedrijventerreinen