Het kabinet wil de verduurzaming van Nederlandse bedrijventerreinen versnellen door ondernemers beter te laten samenwerken en de overheidsaanpak te stroomlijnen. Dat blijkt uit de kabinetsreactie op het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), die op 28 maart 2024 naar de Tweede Kamer ging. Er komen in 2024 integrale pilots op bedrijventerreinen, een interdepartementale werkgroep moet overlap tussen regelingen opsporen en het kabinet wil het zogenoemde organiserend vermogen op terreinen structureel versterken.
Een grote energievraag op een klein oppervlak
De urgentie volgt uit de cijfers. Nederland telt volgens de Rijksoverheid ruim 3.400 bedrijventerreinen. Op die terreinen wordt ongeveer de helft van het nationale aardgas en circa een derde van alle elektriciteit verbruikt. Een onderzoek van TNO, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en gelijktijdig gepubliceerd, becijfert dat het gasverbruik op bedrijventerreinen in 2020 uitkwam op 20,4 mrd m³, ofwel 644 petajoule. Het elektriciteitsverbruik bedroeg 36,6 mrd kWh, ofwel 132 petajoule. Volgens TNO is er op de terreinen een aanzienlijk besparingspotentieel.
Tegelijk is slechts op ongeveer één op de vijf terreinen sprake van een georganiseerde vorm van samenwerking tussen ondernemers, zoals een ondernemersvereniging, parkmanagement of een bedrijveninvesteringszone (BIZ). Juist die samenwerking ziet de Rli als voorwaarde voor versnelling.
Het advies van de Rli
De Rli bracht op 31 oktober 2023 het advies ‘Samen werken. Kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen’ uit. De raad stelt daarin dat op bedrijventerreinen veel opgaven samenkomen: de energietransitie, duurzame mobiliteit, circulariteit, klimaatadaptatie, landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. Die opgaven worden nu vaak los van elkaar en per bedrijf aangepakt, terwijl een collectieve aanpak meer oplevert.
Het advies bevat drie hoofdlijnen: werk aan een toekomstvisie met meetbare doelen, organiseer de samenwerking op terreinen beter en zorg voor een heldere rolverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten. Volgens de kabinetsreactie, ondertekend door minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat, omarmt het kabinet alle drie de aanbevelingen in de kern. De visie met meetbare doelen wordt uitgewerkt binnen het Nationaal Programma Ruimte voor Economie.
Wat het kabinet concreet gaat doen
De aanpak bestaat uit drie sporen. Het eerste spoor betreft integrale pilots, die in 2024 van start gaan. Daarin worden middelen van Rijk, provincies en gemeenten gebundeld rond concrete bedrijventerreinen. Het Rijk stelt daarvoor in eerste instantie € 9 mln beschikbaar, op voorwaarde dat provincies een vergelijkbaar bedrag bijdragen.
Het tweede spoor is het versterken van de organisatiegraad op terreinen via het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen, dat loopt van 2024 tot en met 2027 en een budget heeft van € 23 mln. Dat programma combineert een landelijk kennisplatform met uitvoeringscapaciteit bij provincies.
Het derde spoor richt zich op uitvoeringskracht bij gemeenten en provincies, die volgens het kabinet middelen uit bestaande regelingen voor decentrale overheden ook mogen inzetten voor beleid rond bedrijventerreinen.
Voor de bedrijveninvesteringszone wil het ministerie kennisuitwisseling tussen provincies en gemeenten op gang brengen. Ook wordt onderzocht of de drempel voor het verlengen of voortzetten van een BIZ omlaag kan. Een BIZ is een instrument waarbij ondernemers in een afgebakend gebied gezamenlijk een heffing opbrengen voor collectieve voorzieningen, zoals beveiliging, onderhoud of verduurzaming.
Netcongestie en energiehubs
Een belangrijk deel van de kabinetsreactie gaat over het overvolle stroomnet. In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie wordt ingezet op collectieve energieoplossingen op bedrijventerreinen, zogeheten energiehubs. Daarin delen bedrijven energie, stemmen zij hun vraag en aanbod op elkaar af en verdelen zij netcapaciteit slimmer. Het kabinet ondersteunt dit met een stimuleringsprogramma voor energiehubs, met coördinatoren en standaard hulpmiddelen voor het delen van data. Werkgeversorganisatie VNO-NCW zou alle bedrijventerreinen gericht informeren over de gevolgen van netcongestie.
Voor vastgoedeigenaren en gebruikers van bedrijfsruimte is dit een relevante ontwikkeling. Op veel terreinen is een zwaardere aansluiting of extra transportcapaciteit niet of pas na jaren beschikbaar, wat uitbreiding, verduurzaming en herontwikkeling van panden kan vertragen. Collectieve afspraken op terreinniveau kunnen een deel van de ruimte op het net vrijspelen.
Betekenis voor de markt
Bedrijventerreinen zijn de afgelopen jaren een gewild segment voor beleggers geworden, mede door de krapte aan bedrijfsruimte en de populariteit van multi-tenant bedrijfsverzamelgebouwen. Tegelijk staat een groot deel van de bestaande voorraad op verouderde terreinen, met panden die energetisch achterlopen. Gezamenlijke investeringen in energie-infrastructuur, openbare ruimte en bereikbaarheid kunnen de toekomstwaarde van zulke terreinen verhogen. Waar ondernemers niet georganiseerd zijn, komt dat moeizaam van de grond.
Wat er nu volgt
In 2024 gaat een interdepartementale werkgroep alle nationale programma’s die raken aan bedrijventerreinen doorlichten. Doel is overlap en hiaten op te sporen en de rol van het Rijk eenduidiger te maken. Daarnaast starten de integrale pilots en wordt vanaf 2024 een ondersteuningsprogramma voor het mkb uitgerold, waarvoor volgens de Kamerbrief eveneens € 23 mln beschikbaar is. Over de voortgang rapporteert het kabinet via de voortgangsbrieven van het programma Ruimte voor Economie. Op basis van de ervaringen in de pilots wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van een landelijk fonds voor de herstructurering van locaties.
Bron: Rijksoverheid · Kamerbrief kabinetsreactie Rli-advies (Officiële Bekendmakingen) · TNO-rapport Potentie energiebesparing bedrijventerreinen