Het jaarcongres van het Lente-akkoord trok op 19 juni 2024 ruim tweehonderd deelnemers naar Spant! in Bussum. In de ochtend telde de organisatie meer dan 200 bezoekers, in de middag ruim 220. Het Lente-akkoord, het programma voor duurzame nieuwbouw waarvan projectontwikkelaarsvereniging NEPROM mede-initiatiefnemer is, kreeg die dag bovendien versterking: de beroepsvereniging van architecten BNA sloot zich aan bij het netwerk van brancheorganisaties dat het programma draagt.
Opening door Ronald Huikeshoven
Het middagprogramma werd geopend door Ronald Huikeshoven, directievoorzitter van gebiedsontwikkelaar AM en voorzitter van de stuurgroep van het Lente-akkoord. Het congres stond in het teken van de vraag hoe de sector de duurzaamheid van nieuwbouw breder kan benaderen dan alleen het energieverbruik. In lijn met Europese ontwikkelingen groeit volgens NEPROM de aandacht voor de integrale duurzaamheid van nieuwe gebouwen: energiebesparing, duurzaam materiaalgebruik en de uitstoot over de hele levensduur.
Dat is een verschuiving ten opzichte van de beginjaren van het programma, toen energiezuinig bouwen centraal stond. Inmiddels is energiezuinigheid via de wettelijke eisen voor bijna-energieneutrale gebouwen (BENG) grotendeels gemeengoed, en verschuift de discussie naar de milieubelasting van de materialen zelf.
De MPG en biobased bouwen
Een van de hoofdonderwerpen was de milieuprestatie van gebouwen, de MPG. Die rekenmethode drukt de milieubelasting van de materialen in een gebouw uit in een bedrag per vierkante meter per jaar; hoe lager de score, hoe beter. Voor nieuwe woningen en kantoren geldt een wettelijke maximale MPG, die de overheid stapsgewijs aanscherpt.
In de aanloop naar het congres was er onrust ontstaan. De herziene rekenmethode zou biobased materialen zoals hout ongunstig waarderen, terwijl juist die materialen door de overheid worden aangemoedigd vanwege hun lage CO2-voetafdruk. Volgens NEPROM lijkt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een oplossing te hebben gevonden die een gelijk speelveld creëert tussen hernieuwbare en traditionele materialen. Vanaf 1 juni 2024 komen de milieuvoordelen van biobased materialen volgens NEPROM beter tot uitdrukking in de berekening.
Daarmee is het werk niet af. Als volgende stappen noemde het congres het meetellen van biogene CO2-opslag in de MPG – de koolstof die in hout en andere plantaardige materialen is vastgelegd – en het omzetten van die opslag in koolstofcredits. Dat laatste zou CO2-opslag in gebouwen ook financieel waardeerbaar maken, wat voor ontwikkelaars en beleggers een extra prikkel kan zijn om voor biobased bouwsystemen te kiezen.
Houtbouw: klein aandeel, groeiende kennis
Geurt Donze, duurzaamheidsadviseur bij adviesbureau W/E adviseurs, ging in op houtbouw. Volgens hem bestaat 3,2 procent van de Nederlandse bouwproductie uit houtbouw. Dat aandeel is nog bescheiden, maar houtbouwprojecten worden steeds nauwkeuriger gemonitord. De strategieën die in die projecten worden toegepast, krijgen bovendien een financiële waardering, waardoor zichtbaar wordt wat werkt en wat niet.
Daarnaast kwam aan bod dat industrialisering de productie efficiënter en goedkoper kan maken. Omdat houten elementen goed in een fabriek kunnen worden voorgefabriceerd, ligt de combinatie van houtbouw en industrieel bouwen voor de hand. Voor de vastgoedsector is dat een relevant punt: de bouwkosten zijn de afgelopen jaren sterk gestegen en veel projecten komen financieel moeilijk rond. Als houtbouw en industrialisatie de kosten kunnen drukken, snijdt het mes aan twee kanten.
Duidelijkheid gevraagd
De algemene conclusie van het congres was dubbel. Er zijn goede stappen gezet, maar langjarige duidelijkheid over regelgeving ontbreekt nog. Ontwikkelaars en bouwers investeren in nieuwe bouwsystemen en productieketens, en die investeringen renderen alleen als de eisen niet elke paar jaar van richting veranderen.
Uitdagingen zoals de beschikbaarheid van voldoende bouwproducten waarvan de milieugegevens in de MPG-berekening kunnen worden gebruikt, zijn nog steeds actueel, maar worden niet langer als onoverkomelijk gezien. NEPROM sloot zijn terugblik af met de vaststelling dat partijen die nu voorop lopen op het gebied van duurzaamheid daar de komende jaren de vruchten van zullen plukken.
Betekenis voor ontwikkelaars en beleggers
Voor de zakelijke vastgoedmarkt is de discussie over materiaalgebonden uitstoot meer dan een technisch detail. Institutionele beleggers rapporteren in toenemende mate over de CO2-uitstoot van hun portefeuille, en de uitstoot die bij de bouw vrijkomt telt daarin steeds zwaarder mee. Een rekenmethode die biobased bouwen eerlijk waardeert, maakt het voor ontwikkelaars eenvoudiger om houten of hybride kantoren en woongebouwen te verantwoorden tegenover gemeenten, financiers en kopers.
De aansluiting van BNA bij het Lente-akkoord betekent dat ook de ontwerpers nu formeel aan tafel zitten. Juist in de ontwerpfase worden de keuzes gemaakt die bepalen hoeveel materiaal een gebouw vraagt en welke materialen worden toegepast. Met architecten, ontwikkelaars en bouwers in één netwerk kan het programma de kennis uit praktijkprojecten sneller verspreiden.
Wat volgt
Voor de sector blijft het de vraag hoe de herziene MPG in de praktijk uitpakt en hoe snel biogene CO2-opslag een plek krijgt in de rekenregels. De vervolgstappen die op het congres werden genoemd, laten zien waar de branche de komende tijd op wil inzetten.