De ambtelijke staf van premier Dick Schoof moet uiterlijk 18 september het Binnenhof verlaten. Burgemeester Jan van Zanen van Den Haag heeft maandag een verzoek van het kabinet om uitstel tot het voorjaar van 2025 van tafel geveegd. Blijven de ambtenaren na de deadline toch zitten, dan legt de gemeente een dwangsom op van € 100.000 per week, tot een maximum van € 1 miljoen. Daarmee moet ook de laatste groep ambtenaren die nog in het historische complex werkt, vertrekken.
Brandveiligheid weegt zwaarder dan staatsgeheimen
Het verzoek om uitstel kwam van minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Zij vroeg in de week ervoor ruimte voor een groep van ongeveer zeventig ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken (AZ). Die medewerkers werken met computersystemen waarop staatsgeheime informatie wordt verwerkt. Volgens het kabinet waren die systemen nog niet aangesloten op een tijdelijke locatie, en daarom zouden de betrokken ambtenaren tot het voorjaar op het Binnenhof moeten kunnen blijven.
De burgemeester gaat daar niet in mee. Volgens de gemeente is de brandveiligheid van de gebouwen te slecht. Van Zanen liet weten dat voor hem de grens is bereikt en dat er geen ruimte meer is om het moment waarop het Binnenhof volledig leeg is verder op te schuiven. Een brand in het hart van Den Haag noemde hij onaanvaardbaar en ondenkbaar. Hij benadrukte bovendien dat de fysieke veiligheid van mensen in en rond het complex voorop staat. Ook wees hij erop dat het gedeeltelijk in gebruik houden van de gebouwen niet alleen veiligheidsrisico’s meebrengt, maar door de benodigde extra maatregelen ook tot vertraging van de renovatie leidt.
Het is niet de eerste keer dat de burgemeester zich in deze kwestie uitspreekt. In juli gaf hij al aan dat het kabinet, als de beveiliging van staatsgeheime informatie zo zwaar weegt, dat probleem veel eerder had moeten oplossen. Een eerder uitstel op grond van digitale veiligheid wees hij eveneens af, hoewel hij de risico’s daarvan erkende.
De ministeries van VRO en AZ onderzoeken volgens de NOS wat het besluit voor hen betekent.
Tijdelijk onderdak aan de Turfmarkt
Voor het grootste deel van de staf van de premier was de verhuizing al in voorbereiding. De medewerkers van het ministerie van Algemene Zaken trekken eind augustus in een tijdelijke werkplek bij het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de Turfmarkt. Daarmee verhuist ook het werk dat traditioneel aan het Torentje en de omliggende kantoren aan de Hofvijver is verbonden voorlopig naar een regulier rijkskantoor in het centrum van de stad.
Voor de groep van zeventig ambtenaren die met staatsgeheime systemen werkt, ligt de opgave anders. Hun werkplekken vergen beveiligde verbindingen en ruimtes die niet zomaar in een bestaand kantoor beschikbaar zijn. Het besluit van de burgemeester betekent dat het Rijk binnen een maand een oplossing moet vinden voor het verplaatsen van die systemen, of de financiële gevolgen van de dwangsom moet accepteren.
Renovatie loopt uit in tijd en geld
De kwestie staat niet los van de grootschalige renovatie van het Binnenhof, een van de omvangrijkste en meest beladen rijksvastgoedprojecten van dit moment. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer zijn de afgelopen jaren al naar tijdelijke huisvesting elders in de stad verhuisd, inclusief de plenaire zalen. Het ministerie van Algemene Zaken was de laatste gebruiker van betekenis die nog in het complex zat.
Het project kampt met forse tegenvallers. In april 2024 noemde toenmalig minister Hugo de Jonge een kostenraming van ongeveer € 2 miljard, ruim vier keer het oorspronkelijk begrote bedrag. De oplevering wordt nu verwacht in 2028, twee jaar later dan aanvankelijk gepland. Als oorzaken worden onder meer extra beveiligingsmaatregelen, hogere onderhoudskosten, een slechtere bouwkundige staat van de Kamergebouwen dan verwacht en meer asbest genoemd.
Tegen die achtergrond is elke verdere vertraging kostbaar. Dat is ook het argument van de burgemeester: zolang er nog mensen in een deel van de gebouwen werken, moeten aannemers rekening houden met extra voorzieningen en kan het werk niet volledig doorgaan.
Wat dit betekent voor de rijkshuisvesting
Voor de rijksoverheid als gebruiker van kantoorruimte laat de zaak zien hoe lastig het is om een organisatie met zeer specifieke eisen tijdelijk onder te brengen. Gewone kantoorfuncties zijn relatief eenvoudig te verplaatsen naar bestaande rijkskantoren, zoals nu gebeurt aan de Turfmarkt. Voor functies met zware beveiligingseisen, zoals de verwerking van staatsgeheime informatie, ligt dat anders: daarvoor zijn aangepaste ruimtes, verbindingen en procedures nodig die tijd kosten.
Wisselkantoren en tijdelijke huisvesting zijn bij grote renovaties een vast onderdeel van de planning. Het Binnenhof-dossier maakt duidelijk dat die planning niet alleen draait om vierkante meters, maar ook om technische en veiligheidseisen die per gebruiker sterk kunnen verschillen.
Daarnaast laat het besluit zien dat de gemeente als bevoegd gezag voor brandveiligheid een eigen positie inneemt, ook tegenover het Rijk. Waar het kabinet het belang van staatsveiligheid vooropstelde, koos de burgemeester nadrukkelijk voor fysieke veiligheid en voor voortgang van de renovatie.
Wat er nu volgt
Het kabinet heeft tot 18 september om de laatste ambtenaren uit het Binnenhof te halen. De ministeries van VRO en AZ onderzoeken hoe zij de beveiligde werkplekken op tijd kunnen verplaatsen. Lukt dat niet, dan riskeert het Rijk een dwangsom die kan oplopen tot € 1 miljoen. Voor de renovatie zelf betekent een volledig leeg complex dat de aannemers vanaf het najaar zonder beperkingen door gebruikers verder kunnen werken aan een project dat al flink achter loopt op schema en budget.
Bron: NOS · Extra bron: DutchNews.nl