De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) investeert 200 miljoen euro in twee nieuwe gebouwen op de campus: een multifunctioneel laboratoriumgebouw en een cleanroomgebouw. De universiteit maakte eind februari bekend dat de financiering daarvan officieel rond is. Chipmachinemaker ASML draagt 80 miljoen euro bij. De bouw van de cleanroom moet in 2026 beginnen, het labgebouw volgt een jaar later. Met de uitbreiding wil de TU/e voldoen aan de snel groeiende vraag naar technisch talent in de Brainportregio.
Twee gebouwen, ruim 6.500 vierkante meter
Volgens het universiteitsblad Cursor krijgt het nieuwe labgebouw ongeveer 5.000 vierkante meter aan flexibele laboratoria, die worden ingedeeld per onderzoeksthema. Daarnaast komen er kantoren en onderwijsruimtes in het gebouw. Het cleanroomgebouw biedt circa 1.200 vierkante meter cleanroom voor onderzoek en onderwijs, aangevuld met ongeveer 500 vierkante meter aan laboratoria en kantoren.
De bouw wordt gefaseerd uitgevoerd. Eerst gaat de cleanroom in aanbouw; de verwachte start is 2026. Het labgebouw volgt naar verwachting in 2027. Een opleverdatum, een architect of een uitsplitsing van de bouwkosten is bij de aankondiging niet bekendgemaakt.
Rol van ASML en Project Beethoven
De investering volgt op de financiële toezegging uit Project Beethoven, het kabinetsprogramma dat bedoeld is om de activiteiten van ASML en de bredere chipsector in de regio Eindhoven te houden en te versterken. Binnen het onderdeel dat zich richt op talent, het nationale plan voor versterking van microchiptalent, is volgens Cursor 90 miljoen euro voor de TU/e vrijgemaakt. Een deel daarvan gaat naar het labgebouw en de cleanroom. Met het Beethoven-geld wil de universiteit ruim 1.900 extra masterstudenten opleiden voor de hightech- en halfgeleiderindustrie.
ASML levert met 80 miljoen euro een forse eigen bijdrage. Cursor koppelt dat bedrag aan de cleanroom op de campus; volgens innovatieplatform IO+ gaat het om een toezegging voor gezamenlijke onderzoeksinitiatieven over een periode van tien jaar, onder meer op het gebied van plasmafysica, mechatronica, optica en kunstmatige intelligentie. Beide bronnen beschrijven de samenwerking als de grootste overeenkomst die de TU/e ooit met een industriële partner heeft gesloten.
IO+ wijst erop dat ASML in Nederland meer dan 21.000 mensen in dienst heeft, van wie ongeveer 40 procent internationaal talent is. De afhankelijkheid van hoogopgeleide technici in de regio is daarmee groot. De investering sluit volgens IO+ ook aan op het recent gestarte vlaggenschipprogramma Future Chips van de universiteit, dat zich richt op onderzoek en ontwikkeling in halfgeleiders.
Volgens rector magnificus Silvia Lenaerts zijn de nieuwe gebouwen een cruciale stap om aan de vraag naar technisch toptalent te voldoen. Vicevoorzitter Patrick Groothuis van het college van bestuur prees de keuze om juist nu te investeren, ondanks de bezuinigingen op het hoger onderwijs, en bedankte ASML voor de bijdrage.
Context: campusvastgoed onder druk van groei
De aankondiging past in een bredere golf van vastgoedinvesteringen rond de Brainportregio. Het kabinet maakte in maart 2024 bekend dat samen met de regio 2,5 miljard euro wordt uitgetrokken voor woningbouw, bereikbaarheid en onderwijs rond Eindhoven, om de groei van de chipsector op te vangen. ASML zelf werkt aan uitbreiding van zijn vestigingen in Veldhoven en Eindhoven. De groei van het bedrijf en zijn toeleveranciers vergroot de vraag naar woningen, bedrijfsruimte en onderwijsvoorzieningen in de regio.
Voor universiteiten betekent dat een groeiende druk op het eigen vastgoed. Laboratoria en cleanrooms behoren tot de duurste typen gebouwen om te realiseren en te exploiteren. Ze vragen veel installaties, strenge eisen aan trillingen, temperatuur en luchtzuiverheid, en een grote en betrouwbare energievoorziening. Dat maakt dergelijke projecten gevoelig voor stijgende bouwkosten en voor de beschikbaarheid van netcapaciteit, die in grote delen van Nederland een knelpunt vormt.
Het onderwijsvastgoed van universiteiten is in Nederland grotendeels in eigen bezit en wordt gefinancierd uit eigen middelen, leningen en rijksbijdragen. Een investering van 200 miljoen euro voor twee gebouwen is voor een individuele universiteit aanzienlijk. Dat de TU/e die stap nu zet, met steun van een private partij en een gerichte rijksbijdrage, laat zien hoe sterk de vastgoedontwikkeling op technische campussen verweven is geraakt met het industriebeleid rond de chipsector.
Ook voor de markt rond de campus is de uitbreiding relevant. Meer studenten, onderzoekers en samenwerkingsprojecten met bedrijven vergroten de vraag naar studentenhuisvesting, flexibele kantoor- en labruimte en bedrijfsruimte voor spin-offs en toeleveranciers. In de Brainportregio is dat type vastgoed al langer schaars. Cleanroomcapaciteit is daarbij een bijzonder knelpunt: jonge bedrijven in de halfgeleider- en fotonicasector hebben die nodig voor hun ontwikkelwerk, maar kunnen de investering in een eigen cleanroom zelden opbrengen. Gedeelde faciliteiten van kennisinstellingen vervullen daarom vaak een brugfunctie tussen onderzoek en bedrijfsleven.
Wat er nu volgt
Met de financiering rond kan de TU/e de volgende fasen van ontwerp en aanbesteding in. De cleanroom heeft voorrang en moet in 2026 in aanbouw gaan, het labgebouw volgt naar verwachting in 2027. De universiteit heeft nog geen opleverdata genoemd. Ook is nog niet bekend welke partijen het ontwerp en de bouw gaan verzorgen. De voortgang zal mede afhangen van de vergunningverlening, de bouwmarkt en de beschikbaarheid van voldoende elektriciteitsaansluiting op de campus.
Bron: Cursor (TU/e). Extra bron: IO+