Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) wil zijn bouwproductie binnen vijf jaar verdubbelen en zet daarvoor in op drie sporen: standaardiseren, programmeren en innoveren. Dat maakte de rijksdienst op 12 juni 2025 bekend, in aanloop naar vastgoedbeurs PROVADA. Directeur-generaal Yvonne van der Brugge-Wolring en Tessa Flantua, directeur Gebieds- en Vastgoedontwikkeling, lichten de aanpak op 17 juni op de beurs toe. De boodschap aan bouwers, ontwikkelaars en adviseurs is dat het Rijk het tempo alleen samen met de markt kan opvoeren.
Een opdrachtenportefeuille die snel groeit
De ambitie komt voort uit een sterk uitdijende takenlijst. Het RVB bouwt nieuwe kazernes en moderniseert oefenterreinen en infrastructuur voor Defensie. Tegelijk moet het kantorenbestand van het Rijk verduurzamen, met als einddoel een CO2-neutrale vastgoedportefeuille in 2050. Ook gevangenissen en rechtbanken staan op het programma. Daarnaast heeft de rijksdienst de opgave om 70.000 woningen mogelijk te maken op grond die in handen is van het Rijk.
Met die woningbouwopgave behoort het RVB volgens eigen zeggen tot de grootste ontwikkelaars van Nederland. Bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken spelen naast aantallen ook betaalbaarheid, natuur, waterberging en mobiliteit een rol. De rijksdienst moet dat werk bovendien verzetten in een omgeving die weinig meewerkt: het stroomnet is op veel plaatsen vol, er is een tekort aan personeel, ruimte is schaars en de stikstofproblematiek remt projecten af. Onder het motto samen versnellen heeft het RVB daarom met marktpartijen een strategie opgesteld.
Spoor 1: standaardiseren
Het eerste spoor is het terugdringen van maatwerk. In plaats van voor elk detail een eigen oplossing te bedenken, gaat het RVB werken met standaardmaten. De eisen die het Rijk aan zijn gebouwen stelt, zijn vastgelegd in het Ruimteboek, de leidraad voor rijkshuisvesting. Ook de contractvoorwaarden worden gestandaardiseerd: er komt een overzichtelijke, modulaire set contractvormen die nog steeds aansluit op de verschillende soorten leveranciers in de markt.
Voor bouwbedrijven en installateurs betekent dat meer voorspelbaarheid. Wie weet welke eisen en contractvormen terugkomen, kan sneller en scherper aanbieden. Het RVB verwacht dat standaardisatie ook kosten bespaart, doordat minder tijd verloren gaat aan het telkens opnieuw uitwerken van specificaties. Standaardisering geeft marktpartijen volgens het RVB bovendien duidelijkheid over wat de rijksdienst vraagt.
Spoor 2: programmeren in series
Het tweede spoor is de overstap van losse projecten naar een portefeuillebenadering. Door projecten in series aan te besteden, ontstaat een gestage stroom opdrachten. Dat moet marktpartijen het vertrouwen geven om te investeren in industrialisering van de bouw, wat volgens het RVB zowel de bouwsnelheid kan verhogen als de kosten kan drukken.
Als voorbeeld noemt de rijksdienst de aanbesteding voor legeringsgebouwen. Juist bij dit soort repeterende gebouwtypen levert seriematig bouwen de meeste winst op: ontwerp, productie en montage kunnen worden geoptimaliseerd als dezelfde opzet meerdere keren wordt toegepast.
Spoor 3: innoveren en risico’s delen
Het derde spoor richt zich op innovatie. Het RVB stelt zich open voor vernieuwende oplossingen uit de markt en wil daarvan leren. Een belangrijk element is dat de rijksdienst risico’s bij het toepassen van innovaties eerlijk wil verdelen. Opdrachtnemers die iets nieuws proberen, lopen daarmee niet langer alleen het risico als het anders uitpakt dan gepland. Succesvolle innovaties moeten vervolgens bijdragen aan een hogere en betere productie.
Betekenis voor de markt
Voor de bouw- en vastgoedsector is het RVB een van de grootste publieke opdrachtgevers van het land. Een verdubbeling van de productie in vijf jaar betekent dat er de komende jaren aanzienlijk meer werk op de markt komt, met name in de defensiebouw, de verduurzaming van rijkskantoren en de gebiedsontwikkeling op rijksgrond. Tegelijk laat de strategie zien dat het Rijk als opdrachtgever wil veranderen: minder uniek maatwerk, meer herhaling en een langere horizon.
Hoe groot die orderstroom op korte termijn is, maakte het RVB eind maart al duidelijk: in de inkoopplanning van 27 maart 2025 verwachtte de rijksdienst in 2025 en 2026 voor ongeveer € 1,5 miljard aan projecten aan te besteden. De nieuwe strategie gaat vooral over de manier waarop dat werk op de markt komt.
Of de ambitie haalbaar is, hangt mede af van factoren waarop het RVB beperkt invloed heeft, zoals de beschikbaarheid van netcapaciteit, vakmensen en stikstofruimte. Die knelpunten noemt de rijksdienst zelf nadrukkelijk als belemmering.
Voor ontwikkelaars en beleggers is vooral de woningbouwopgave van 70.000 woningen op rijksgrond relevant. Het RVB treedt daarbij op als grondeigenaar en gebiedsontwikkelaar, wat kansen biedt voor partijen die samen met de overheid locaties tot ontwikkeling willen brengen.
Wat er nu volgt
De directie presenteert de aanpak op 17 juni tijdens PROVADA, dat van 17 tot en met 19 juni wordt gehouden. Daarna moet de strategie zich vertalen in concrete aanbestedingen, gestandaardiseerde contracten en seriematige opdrachten. Marktpartijen kunnen de ontwikkelingen volgen via de inkoop- en aanbestedingsinformatie van het RVB, waarin de rijksdienst aangeeft welke opdrachten op korte termijn op de markt komen.
Bron: Rijksvastgoedbedrijf – Hoe gaat het Rijksvastgoedbedrijf de productie verdubbelen?
Extra bron: Rijksvastgoedbedrijf – Inkoopplanning 27-3-2025