Amsterdam loopt als datacenterlocatie tegen zijn grenzen aan, terwijl de Europese markt hard doorgroeit. Dat concludeert Cushman & Wakefield in een op 28 april 2026 gepubliceerde Nederlandse duiding van de nieuwste EMEA Data Centre Update, over de tweede helft van 2025. De Amsterdamse regio heeft 852 megawatt aan operationele capaciteit, maar de groeiruimte is beperkt. Investeringen wijken daardoor uit naar andere Europese knooppunten en naar regionale locaties in Nederland. Groningen komt daarbij nadrukkelijk in beeld.
Europa groeit, de bouw blijft achter
Op Europees niveau, inclusief het Midden-Oosten en Afrika, staat de sector nog altijd in de groeistand. Eind 2025 was er volgens Cushman & Wakefield ruim 11,4 gigawatt aan datacentercapaciteit operationeel, 19 procent meer dan een jaar eerder. De totale ontwikkelpijplijn nam met meer dan een kwart toe tot bijna 15 gigawatt.
Tussen plannen en realisatie zit echter een groot gat. De capaciteit die daadwerkelijk in aanbouw is, ligt rond de 2,5 gigawatt en is niet verder gegroeid. Volgens de adviseur zijn daar drie oorzaken voor: een tekort aan beschikbare stroom, beperkte mogelijkheden om op het elektriciteitsnet aan te sluiten en vergunningtrajecten die lang duren. Die factoren bepalen steeds meer waar nieuwe datacenters wel en niet kunnen worden gebouwd.
De traditionele hubs blijven dominant. De zogeheten FLAPD-markten, Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs en Dublin, zijn samen met Milaan goed voor meer dan 45 procent van alle operationele capaciteit in de regio. Maar naarmate die markten vollopen, verschuift nieuwe ontwikkeling naar plekken waar voldoende vermogen aansluitbaar is en de eisen aan ruimte en vergunningen minder knellend zijn.
Amsterdam zakt naar plek vijf
Voor Amsterdam is dat geen goed nieuws. Naast de 852 megawatt die in bedrijf is, wordt er 182 megawatt gebouwd en staat 250 megawatt gepland. Die groeivoorraad is aanzienlijk kleiner dan in de andere FLAPD-steden, waardoor Amsterdam in de Europese ranglijst van toplocaties is teruggevallen naar de vijfde plaats.
Cushman & Wakefield wijst als oorzaak op het moratorium op nieuwe datacenters dat in 2019 in de regio Amsterdam werd ingesteld, op strengere regels en op politieke druk rond het energie- en ruimtegebruik van de sector. Het moratorium is sindsdien vervangen door een beleidskader dat volgens de adviseur restrictiever is, zodat grootschalige ontwikkeling complex en tijdrovend blijft.
Dat betekent niet dat er in Nederland helemaal geen grote datacenters meer bijkomen. Branchevereniging Dutch Data Center Association (DDA) verwacht dat er minstens zeven hyperscale datacenters worden gerealiseerd. Voor een groot deel daarvan zijn de vergunningen al verleend, zodat die projecten ondanks politiek verzet kunnen doorgaan.
Groningen als uitwijkhaven
De verschuiving naar andere regio’s is volgens de adviseur al zichtbaar. Groningen wordt genoemd als opvallend alternatief: de provincie biedt ruimte, een relatief betere toegang tot stroom en vaak kortere doorlooptijden. De regio Amsterdam kampt daarentegen met netcongestie, strikte regels en lange vergunningprocedures.
Groningen is daarmee volgens Cushman & Wakefield aantrekkelijk voor grote, duurzame datacenterprojecten en voor initiatieven rond kunstmatige intelligentie. De adviseur verwijst naar de door de overheid aangekondigde investering van 200 miljoen euro in een zogeheten AI-fabriek in Groningen, waarover het kabinet in juni 2025 berichtte.
Kansen en risico’s voor beleggers
Voor beleggers en ontwikkelaars vertaalt de analyse zich in een duidelijke verschuiving van de waardepropositie. In verzadigde markten als Amsterdam wordt bestaande capaciteit met een gegarandeerde netaansluiting schaarser en daarmee waardevoller. Wie een operationeel datacenter of een locatie met vergund vermogen bezit, heeft een positie die moeilijk te repliceren is. Dat kan de huurgroei en de waardering van bestaande objecten ondersteunen.
Voor nieuwe ontwikkelingen ligt het zwaartepunt bij regio’s waar stroom en ruimte wel beschikbaar zijn. Daar spelen wel andere risico’s: de afstand tot eindgebruikers, de beschikbaarheid van glasvezelverbindingen en de vraag of lokale en provinciale overheden op termijn hetzelfde beleid voeren. Ook de netaansluiting zelf blijft buiten de Randstad een kritieke factor, omdat netbeheerders in grote delen van het land met wachtlijsten werken.
Cushman & Wakefield plaatst het datacentervraagstuk nadrukkelijk in het bredere Nederlandse vestigingsklimaat. Nederland profileert zich met ASML als sleutelspeler in de wereldwijde chipketen. De opschaling van AI vraagt om steeds meer rekenkracht en daarmee om datacentercapaciteit, terwijl de technologie van ASML die opschaling juist mogelijk maakt. Zonder tijdige uitbreiding van datacenters en netaansluitingen dreigt volgens de adviseur een rem op innovatie, investeringen en het vestigingsklimaat, ook als er sterke bedrijven als ASML in het land zitten.
Wat er nu volgt
De adviseur concludeert dat de Europese concurrentie om digitale infrastructuur wordt beslist door de beschikbaarheid van stroom, netaansluitingen en uitvoerbaar beleid. Nederland zal ruimte voor digitale infrastructuur moeten combineren met keuzes over ruimtelijke ordening en energie, zodat AI- en clouddiensten dicht bij de gebruikers kunnen blijven.
Het volledige rapport analyseert twintig Europese markten op volwassenheid en groeipotentieel, met verdiepende analyses van Amsterdam, Londen, Frankfurt en Parijs en een doorkijk naar de trends voor de komende tien jaar. Voor de Nederlandse markt wordt het de komende jaren vooral interessant of de geplande hyperscale-projecten daadwerkelijk worden gebouwd, en of regio’s als Groningen hun voorsprong op het gebied van stroom en ruimte kunnen vasthouden nu ook andere sectoren om netcapaciteit vragen.
Bron: Cushman & Wakefield – EMEA Data Centre Update H2 2025 · Extra bron: Cushman & Wakefield (Nederlandstalige versie)