Spring naar inhoud

Vastgoedkoerier

Nieuws over zakelijk vastgoed in Nederland en België: transacties, kantoren, logistiek, retail, huurrecht, personalia en marktanalyses

  • Nieuws
  • Intern nieuws
  • Corporate vastgoed
  • Achtergronden
  • Vastgoedpolitiek
  • Cijfers
  • Sectoren
    • Woningmarkt
    • Kantoren
    • Retail
    • Logistiek
  • Transacties
  • Juridische zaken
  • Veilingen
  • Personalia
  • Podcast
  • Gossip
  • Meer
    • Events
    • Vacatures
    • Uitgelicht
    • Werk
    • Specials
    • Agenda
    • Over
    • Tips & contact
Juridische zaken, Nieuws

Zonnepark Eerbeek hoeft panelen niet op eigen kosten weg te halen

De voorzieningenrechter in Zutphen wijst de vorderingen van Stort Doonweg af: onvoldoende aannemelijk is dat Zonnepark Eerbeek volgens de erfpachtakte de kosten moet dragen van het tijdelijk verwijderen van het park voor een definitieve afdichting van de stort.

Roderick van Vleuten
16 juni 2026
10-15 minuten

De exploitant van het zonnepark op de voormalige vuilstort aan de Doonweg in Eerbeek hoeft in kort geding niet te worden gedwongen om op eigen kosten zijn zonnepanelen weg te halen. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland op 16 juni 2026 beslist (ECLI:NL:RBGEL:2026:5165). Grondeigenaar Stort Doonweg B.V. (SDW) moet van de omgevingsdiensten een definitieve afdichting op de stortplaats aanbrengen, nadat ophef was ontstaan over de laag staalslakken waarop het zonnepark staat. SDW vond dat Zonnepark Eerbeek B.V. (ZE) op grond van de erfpachtakte voor de tijdelijke verwijdering van het park moest zorgen en vorderde dwangsommen tot € 1,5 miljoen en een voorschot op schadevergoeding van ruim € 1,5 miljoen. De rechter oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is dat de erfpachtakte die verplichting bij de zonneparkexploitant legt: het probleem komt voort uit de keuzes van SDW zelf bij de aanleg van de tijdelijke afdeklaag.

Partijen en advocaten

Instantie: Rechtbank Gelderland, voorzieningenrechter (zittingsplaats Zutphen, kort geding) · Datum: 16 juni 2026 · ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2026:5165
Deelgebied: Erfpacht · Omgevingsrecht

Eiser / appellant: Stort Doonweg B.V.
Advocaat: mr. E.P.C. Duinkerke, De Kempenaer Advocaten (Arnhem) · e.duinkerke@dekempenaer.nl · 026 352 2888

Wederpartij: Zonnepark Eerbeek B.V.
Advocaat: mr. M.J.M. Derks, Huddle Law (Amsterdam) · machteld.derks@huddle.nl · 020 240 4420

Advocaat in deze zaak? Wij nemen uw zienswijze op deze uitspraak en de betekenis ervan voor de vastgoedsector graag op. Mail Roderick van Vleuten via roderick@vastgoedkoerier.nl.

Zonnepanelen op staalslakken

SDW is eigenaar van de voormalige vuilstortplaats aan de Doonweg in Eerbeek, gemeente Brummen. ZE heeft op het topvlak van de stort een zonnepark gebouwd en exploiteert dat.

Voordat het park er kwam, is onderzocht of zonnefolie of gewone zonnepanelen de beste keuze waren. In 2018 werd vastgesteld dat zonnefolie niet haalbaar was, maar een zonnepark met reguliere panelen op een stabilisatielaag van staalslakken wel. Een (in de uitspraak geanonimiseerd) advies- en ingenieursbureau adviseerde daarover en stelde een plan van aanpak op voor een tijdelijke bovenafdichting van staalslakken, een steenachtig restproduct uit de staalindustrie, met daarop het zonnepark.

Partijen sloten op 16 maart 2018 een erfpachtovereenkomst, waarin het gebruik werd beperkt tot de tijdelijke afdeklaag en het zonnepark daarop. In 2020 werd de staalslakkenlaag aangebracht. Op 12 maart 2020 werd de notariële akte gepasseerd waarmee ZE rechten van erfpacht, opstal en erfdienstbaarheid kreeg voor bouw en exploitatie van het park. In de akte verplichtte SDW zich om de tijdelijke afdeklaag voor eigen rekening en risico aan te brengen.

Artikel 5 van de akte gaat over bodemverontreiniging. ZE verklaarde daarin te weten dat het terrein een voormalige vuilstortplaats is die nog niet gesloten is verklaard in de zin van artikel 8:47 lid 3 Wet milieubeheer, en dat er een tijdelijke afdeklaag op ligt. ZE aanvaardde uitdrukkelijk de fysieke en milieutechnische kenmerken en beperkingen van het terrein, en dat het onderhevig is of kan worden aan wetgeving en overheidsbesluiten. Nieuw in de akte, ten opzichte van de erfpachtovereenkomst, was artikel 5.3: als SDW tijdens de looptijd van overheidswege verplicht wordt een definitieve afdeklaag aan te brengen, zorgt ZE per fase tijdig voor de tijdelijke verwijdering van de zonnepanelen, onderstellen en ballast.

Van mediaberichten naar een afdichtingsplicht

Vanaf medio 2021 verschenen er berichten in de media over mogelijk negatieve effecten van staalslakken op mens en milieu, in het algemeen en specifiek over de laag op deze stort. SDW liet milieuonderzoek doen door Arcadis Nederland B.V. In opdracht van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) volgde een contra-expertise door een ander bureau, dat adviseerde zo snel mogelijk een definitieve bovenafdichting aan te brengen.

Arcadis zette op 6 juni 2022 twee alternatieven op een rij. In het eerste werd de toplaag tijdelijk afgedicht, konden de panelen blijven staan en zou de definitieve afdichting pas volgen bij ontmanteling van het park in 2043. In het tweede kwam er direct een definitieve afdichting, waarvoor het park tijdelijk moest worden verwijderd. Arcadis adviseerde het tweede.

SDW koos aanvankelijk voor uitstel. In een notitie van april 2024 beschreef zij drie scenario’s, waaronder het verleggen van ringweg en ringsloot om het percolaat (het water dat door de staalslakken sijpelt) op te vangen, en het aanbrengen van een definitieve afdichting met een meter grond erop. SDW wilde dat laatste uitstellen tot uiterlijk 1 januari 2047. De Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) schreef op 29 augustus 2024 dat er volgens haar noodzaak was tot spoedige dichte eindafwerking, en dat SDW met uitstel voorbij zou gaan aan haar specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De omgevingsdienst vroeg om een afdichtingsplan.

Op 3 maart 2025 keurden ODRN en ODRA het Plan van Aanleg en Bestek van SDW goed. De afdichting is verdeeld in twee fasen: eerst het talud, daarna het topvlak. Voor fase 1 hoefde het zonnepark niet weg; die fase is uitgevoerd, al twisten partijen over de vraag of dat deugdelijk is afgerond. Omwonenden maakten bezwaar. Na een beslissing op bezwaar van 29 augustus 2025 volgde op 27 oktober 2025 een herstelbesluit: fase 1 moest uiterlijk in 2025 klaar zijn, fase 2 moet in 2027 starten en medio 2028 zijn uitgevoerd. Ook daartegen maakten omwonenden bezwaar, omdat zij de werkzaamheden eerder willen. Partijen spraken regelmatig over de vraag wie de kosten van het verwijderen van het park voor fase 2 moet dragen, maar kwamen er niet uit.

Wat SDW vorderde

SDW vroeg de voorzieningenrechter ZE te bevelen haar verplichting uit artikel 5.3 sub h van de akte na te komen. Concreet moest ZE binnen vijf werkdagen, en uiterlijk 1 juli 2026, op eigen naam offertes opvragen bij aannemers voor het verwijderen van het park, uiterlijk 1 april 2027 definitief opdracht geven, SDW en haar adviseur steeds kopieën van de correspondentie met aannemers sturen, en het park tijdig laten verwijderen volgens het bestek en het tijdschema. Op de eerste drie onderdelen vroeg SDW een dwangsom van € 1.000 per dag tot maximaal € 200.000, op de verwijdering zelf € 25.000 per dag tot maximaal € 1,5 miljoen. Subsidiair wilde SDW gemachtigd worden het park zelf te laten verwijderen en een voorschot op schadevergoeding krijgen van € 1.564.016, of lagere bedragen tot minimaal € 220.000.

ZE voerde verweer en concludeerde tot niet-ontvankelijkheid of afwijzing. De mondelinge behandeling was op 26 mei 2026.

Spoedeisend belang: ja

De voorzieningenrechter stelde eerst vast dat SDW voldoende spoedeisend belang had. Volgens SDW moet fase 2 uiterlijk 23 juni 2027 starten om de termijn van de omgevingsdienst te halen, en kan alleen al het aanbestedingstraject voor de verwijdering een jaar duren. ZE betwistte dat: na fase 1 zou er geen percolaat meer in het grondwater komen, en SDW had zelf voor een definitieve afdichting gekozen terwijl er ook andere oplossingen waren.

De rechter gaf SDW op dit punt gelijk. Uit de brief van de ODRA van augustus 2024 blijkt dat de definitieve afdichting zo snel mogelijk moet komen en dat fase 1 alleen niet volstaat. SDW is via het herstelbesluit gehouden fase 2 uiterlijk medio 2028 uit te voeren, en zowel de omgevingsdienst als omwonenden willen spoed. De voorbereiding is complex, met meerdere vergunningen, deskundigen en belangen van omwonenden en milieu. Van SDW kan niet worden verwacht dat zij het plan intrekt om eerst een bodemprocedure te voeren. Of er een minder vergaande oplossing mogelijk was geweest zonder verwijdering van het park, doet aan dat spoedeisend belang niet af.

Maar geen contractuele plicht aannemelijk

Daarmee was SDW er niet. Al haar grondslagen, wanprestatie, zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad, gingen ervan uit dat ZE op grond van artikel 5.3 sub h van de akte verplicht is de panelen op eigen kosten te verwijderen. De rechter onderzocht daarom eerst of dat aannemelijk is.

Partijen streden over de vraag of SDW wel van overheidswege verplicht is tot een definitieve afdeklaag. ZE vond dat SDW daar zelf voor koos, terwijl het alternatief van Arcadis met een folielaag onder de panelen, waarbij de panelen alleen opgetild hoeven te worden, ook mogelijk was. SDW wees erop dat meerdere deskundigen tot een definitieve laag adviseerden, dat een folielaag te riskant en niet duurzaam is en dat de omgevingsdienst haar met een beroep op de zorgplicht tot spoed dwong.

De voorzieningenrechter liet die vraag in het midden. Ook als er een verplichting van overheidswege is, is volgens hem onvoldoende aannemelijk dat artikel 5.3 op deze situatie ziet. Uit artikel 5.1 blijkt dat partijen de risico’s wilden regelen die horen bij de specifieke kenmerken van een vuilstortplaats. Dat de staalslakkenlaag problemen zou geven, hadden zij niet voorzien. Dat de staalslakkenlaag strikt genomen de erfpachtzaak is, zoals SDW betoogde, maakt dat niet anders: uit de tekst van artikel 5 blijkt dat met de erfpachtzaak daar de vuilstortplaats wordt bedoeld.

Doorslaggevend was dat de afdichtingsplicht volgens de rechter niet voortkomt uit de kenmerken van een stortplaats, maar uit fouten bij de aanleg van de staalslakkenlaag. Alleen SDW gaf het ingenieursbureau opdracht voor het plan, SDW koos voor een tijdelijke in plaats van een definitieve afdeklaag en voor staalslakken, de laag werd in opdracht van SDW aangelegd en SDW nam in het contract op zich om de afdeklaag voor eigen rekening en risico aan te brengen. ZE was daar niet bij betrokken. Dat er overleg met ZE is geweest over de aanleg, verandert dat niet; de laag werd voor het gebruik door ZE aangelegd, maar daarmee draagt ZE nog niet mee in de risico’s van gebreken. Uit de erfpachtovereenkomst en de akte blijkt volgens de rechter eerder het tegendeel van een risicoverdeling op dit punt.

Zonder nader feitenonderzoek, waarvoor in kort geding geen plaats is, achtte de voorzieningenrechter daarom onvoldoende aannemelijk dat ZE contractueel verplicht is de panelen op eigen kosten te verwijderen. Alle vorderingen werden afgewezen. SDW moet de proceskosten van ZE betalen, begroot op € 11.853 (griffierecht € 10.487, salaris advocaat € 1.177, nakosten € 189), te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW bij te late betaling. De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.

Juridisch kader

Erfpacht, opstal en de akte. De rechten van ZE berusten op erfpacht, opstal en erfdienstbaarheid (titels 5.7, 5.8 en 5.6 BW). De akte van vestiging bepaalt welk gebruik is toegestaan (artikel 5:89 BW) en welke lasten en verplichtingen de erfpachter heeft. Uitleg van zo’n akte gebeurt naar de bewoordingen, gelezen in het licht van de gehele inhoud; bij notariële akten die de rechtsverhouding met derden raken, wegen de objectieve tekst en de systematiek zwaar. De voorzieningenrechter las artikel 5.3 in samenhang met artikel 5.1 en met de bepalingen waarin SDW de aanleg van de afdeklaag voor eigen rekening en risico nam.

Grondslagen van SDW. SDW stelde primair wanprestatie (artikel 6:74 BW) en subsidiair zaakwaarneming (artikel 6:198 BW), ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW) en onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Omdat alle grondslagen op dezelfde contractuele verplichting steunden, vielen ze met die verplichting weg.

Omgevingsrecht. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 bevat het Besluit activiteiten leefomgeving specifieke zorgplichten voor milieubelastende activiteiten, waaronder artikel 2.11 Bal, waarop de omgevingsdienst zich beriep. Voor stortplaatsen geldt daarnaast de nazorgregeling uit hoofdstuk 8 van de Wet milieubeheer: pas na een gesloten-verklaring (artikel 8:47) gaat de nazorg over naar de provincie. Zolang die verklaring er niet is, rust de verantwoordelijkheid bij de exploitant van de stortplaats.

Kort geding. Voor een voorlopige voorziening is spoedeisend belang nodig en moet de vordering in een bodemprocedure voldoende kans van slagen hebben (artikel 254 Rv). Hier was het eerste vervuld, het tweede niet.

Vergelijkbare rechtspraak

Geschillen over wie opdraait voor milieuproblemen op erfpachtgrond komen geregeld voor de rechter, en de uitkomst hangt vaak sterk af van de formulering van de akte. In oktober 2025 kreeg een grondeigenaar aan de Amsteldijk de erfpacht van voormalig chemiebedrijf Udnic niet vroegtijdig beëindigd (ECLI:NL:RBAMS:2025:7249). En op 2 juni 2026 oordeelde het hof Den Haag dat een erfverpachter een verzoek om toestemming voor verhuur van een deel van het complex aan een meubelbedrijf niet in redelijke overweging had genomen; de schade wordt in een schadestaatprocedure begroot (ECLI:NL:GHDHA:2026:1793). Ook daar draaide het om de vraag welke verplichtingen de akte en de erfpachtvoorwaarden precies aan wie toewijzen.

De zaak in Eerbeek voegt daar een energiedimensie aan toe. Zonneparken op voormalige stortplaatsen zijn een gangbare manier om grond te benutten die voor weinig anders geschikt is. De uitspraak maakt duidelijk dat een algemene risicoclausule over de kenmerken van een stortplaats niet zonder meer ook risico’s dekt die voortkomen uit later aangebrachte constructies van de grondeigenaar.

Betekenis voor eigenaren, ontwikkelaars en financiers

Voor eigenaren van stortplaatsen en andere belaste locaties die grond in erfpacht of opstal uitgeven voor zon- of windprojecten is de les dat zij eventuele toekomstige saneringen en afdichtingen zo concreet mogelijk moeten regelen: welke werkzaamheden, welke aanleiding en wie welke kosten draagt. Een bepaling die alleen ziet op een overheidsverplichting, laat volgens deze uitspraak ruimte voor discussie over de oorzaak van die verplichting.

Voor exploitanten van zonneparken en hun financiers laat de zaak zien hoe groot het belang van de onderliggende grondconstructie is. Een tijdelijke verwijdering van een park met panelen, onderstellen en ballast is ingrijpend en kost productie. Het verschil tussen eigen rekening en rekening van de grondeigenaar kan voor de businesscase van een project doorslaggevend zijn.

Voor omwonenden en bevoegd gezag tot slot blijft de afdichting op schema staan: de rechter oordeelde uitdrukkelijk dat SDW een spoedeisend belang heeft bij uitvoering van fase 2, ook al is de kostenvraag in dit kort geding niet in haar voordeel beslist.

Praktische tips

  • Benoem de oorzaak, niet alleen de verplichting. Leg in de akte vast of een verwijderingsplicht ook geldt als de overheidsverplichting voortkomt uit werkzaamheden of materiaalkeuzes van de grondeigenaar.
  • Regel kosten apart van medewerking. Een plicht om “tijdig zorg te dragen” voor verwijdering zegt niet vanzelf wie betaalt. Spreek uitdrukkelijk af wie de kosten van demontage, opslag, herplaatsing en productieverlies draagt.
  • Documenteer wie welke keuze maakte. In deze zaak woog zwaar dat de grondeigenaar zelf opdracht gaf voor en koos voor de tijdelijke staalslakkenlaag.
  • Bouw marge in voor bezwaarprocedures. Goedkeurings- en herstelbesluiten kunnen door bezwaren van omwonenden opschuiven of worden aangescherpt; plan aanbesteding en uitvoering met ruimte.
  • Kies bewust tussen kort geding en bodemprocedure. Vereist de vraag nader feitenonderzoek naar de bedoeling van partijen, dan ligt een bodemprocedure meer voor de hand.

Hoe nu verder

De voorzieningenrechter gaf een voorlopig oordeel. De kostenkwestie kan nog in een bodemprocedure aan de orde komen, waar wel ruimte is voor nader feitenonderzoek naar de bedoeling van partijen bij artikel 5.3. Intussen moet SDW volgens het herstelbesluit fase 2 in 2027 starten en uiterlijk medio 2028 afronden, en partijen zullen afspraken moeten maken over de manier waarop het zonnepark daarvoor tijdelijk wordt verwijderd.

Bron: Rechtspraak.nl – ECLI:NL:RBGEL:2026:5165

Dit delen:

  • Delen op X (Wordt in een nieuw venster geopend) X
  • Share op Facebook (Wordt in een nieuw venster geopend) Facebook
Like Aan het laden…
Tags: Advocaat: E.P.C. Duinkerke, Advocaat: M.J.M. Derks, Deelgebied: Erfpacht, Deelgebied: Omgevingsrecht, Duurzaamheid, Eerbeek, Erfpacht, Gelderland, Kantoor: De Kempenaer Advocaten, Kantoor: Huddle Law, Zonneparken

Laatste nieuws

  • Argos Packaging & Protection verhuist distributie naar 10.000 m² in Den Hoorn30 oktober 2026
  • Achmea Real Estate: seniorenwoningen kosten beleggers maar zes basispunten rendement30 oktober 2026
  • Rijswijk gaat stationsgebied in tien jaar vernieuwen met NS, ProRail, MRDH en provincie30 oktober 2026
  • Mike Dooijeweerd van CBRE naar Heeneman & Partners als financial controller30 oktober 2026
  • Rechter bekrachtigt onteigening logistiek terrein GDC-Noord Eindhoven30 oktober 2026
  • Wereldhave verkoopt Eggert Center Purmerend voor € 62,8 miljoen30 oktober 2026

Rubrieken

  • Achtergronden (114)
  • Corporate vastgoed (106)
  • Events (173)
  • Intern nieuws (36)
  • Juridische zaken (116)
  • Kantoren (321)
  • Logistiek (127)
  • Nieuws (450)
  • Personalia (101)
  • Podcast (11)
  • Retail (127)
  • Specials (1)
  • Transacties (141)
  • Uitgelicht (4)
  • Vastgoed in cijfers (11)
  • Vastgoedpolitiek (10)
  • Veilingen (9)
  • Werk (101)
  • Woningmarkt (249)

Nieuws of een tip? Stuur het de redactie.

Vastgoedkoerier.

Nieuws uit de wandelgangen van vastgoed-Nederland: intern nieuws van vastgoedpartijen, corporate vastgoed, juridische zaken, veilingen, personalia en events. Alle berichten met bronvermelding.

Ontvang het vastgoednieuws in uw mailbox.

Over · Tips & contact · Agenda · Vacatures · Privacy & disclaimer

© 2026 Vastgoedkoerier · Redactie: Roderick van Vleuten

  • Herbloggen
  • Abonneren Geabonneerd
    Vastgoedkoerier

    Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.

  • Vastgoedkoerier
    Korte link kopiërenBekijk bericht in Reader
    Beheer abonnementenAanmeldenInloggen
    Deze inhoud rapporteren
    Deze balk inklappen
%d