De Nederlandse hotelmarkt kampt in 2026 met een opvallende tegenstelling: de gast betaalt meer, maar het hotel ontvangt amper meer. Dat blijkt uit een analyse van ABN AMRO van 8 september. Volgens CBS-cijfers die de bank aanhaalt, lagen de consumentenprijzen voor hotelovernachtingen in de eerste acht maanden van het jaar gemiddeld 11,1% hoger dan een jaar eerder. Zonder het belastingeffect resteert slechts een stijging van 1,8%.
Btw-verhoging drukt op marges
De oorzaak ligt vooral bij de verhoging van het btw-tarief op overnachtingen van 9% naar 21% per 1 januari 2026. Daarnaast zou de inflatie dit jaar een prijsstijging van circa 3% rechtvaardigen, maar lang niet alle hotels slagen erin die door te berekenen. Uit cijfers van Statler BI blijkt dat tot en met april slechts 19% van de hotels zowel de inflatie als de btw-verhoging volledig in de kamerprijs had verwerkt; tot en met augustus was dat 26%.
In Amsterdam is het effect het grootst. Waar een hotelgast daar in 2018 nog ongeveer €20 aan btw en toeristenbelasting per overnachting betaalde, is dat dit jaar ruim €53.
Zakelijke gast haakt af
Volgens het CBS telden Nederlandse hotels in het eerste halfjaar van 2026 30,8 miljoen overnachtingen, 1,8% minder dan een jaar eerder. Het aantal zakelijke overnachtingen daalde met 9%, van 8,6 miljoen naar 7,8 miljoen. Dat verlies van 780.000 overnachtingen verklaart vrijwel de volledige daling van de totale markt. In Amsterdam daalde het aantal zakelijke overnachtingen tussen 2019 en 2025 van 5,82 miljoen naar 3,59 miljoen, ruim 38% minder; het aandeel zakelijke gasten zakte er van 31,7% naar 16,7%.
Kansen en risico’s voor eigenaren en exploitanten
Voor hotelbeleggers is vooral de huurlast relevant. ABN AMRO hanteert als vuistregel dat de huur rond 15% van de omzet hoort te liggen; boven 20% spreekt de bank van een rode vlag, omdat de exploitatie dan afhankelijk wordt van blijvend hoge bezetting en kamerprijzen. Beleggers met omzetgerelateerde of hoge vaste huren doen er goed aan de draagkracht van hun exploitanten kritisch te toetsen, zeker in Amsterdam.
Tegelijk liggen er kansen voor partijen die inzetten op efficiënte, goed gemanagede concepten. Volgens de analyse kunnen hotels met vergelijkbare bezetting en kamerprijs sterk uiteenlopende marges behalen, afhankelijk van kostenbeheersing en sturing. Ook hotels die minder afhankelijk zijn van zakelijke gasten lijken beter gepositioneerd.
Wat volgt
Volgens de bank lijkt de terugloop van het zakelijk verblijf structureel van aard. Voor de rest van 2026 is het de vraag hoeveel hotels de hogere belastingdruk alsnog in hun prijzen weten te verwerken zonder gasten te verliezen.
Toerist vervangt zakenreiziger
Volgens segmentatie van Horwath HTL hebben vooral individuele toeristen de plaats van de zakelijke gast ingenomen. Dat raakt ook de economische waarde van de vraag: volgens NBTC besteedt een zakelijke gast tijdens een verblijf ruim twee keer zoveel als een toeristische gast. Bovendien boeken zakelijke gasten vaak doordeweeks en buiten vakantieperioden, waardoor hun wegvallen de vraag minder gelijkmatig maakt. Landelijk daalde het aantal zakelijke overnachtingen tussen 2019 en 2025 met ongeveer 20 procent. ABN AMRO oppert een gerichte vrijstelling van toeristenbelasting voor zakelijke verblijven of congresgangers, zoals veel Duitse gemeenten die hanteren.
Bron: ABN AMRO (op basis van cijfers van CBS en Statler BI)