Voor meer dan tachtig locaties in de portefeuille van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) dreigt afsluiting van de stroom, omdat het gebruik er structureel boven het met de netbeheerder afgesproken vermogen uitkomt. Dat meldt het RVB op 16 april 2025. Door het tekort aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnet krijgen locaties geen extra capaciteit, terwijl de vraag naar stroom blijft stijgen. Het RVB heeft een ‘toolbox netcongestie’ ontwikkeld waarmee rijksorganisaties de risico’s in kaart kunnen brengen en maatregelen kunnen nemen.
Drie waarschuwingen, dan dicht
De kern van het probleem zit in de transportovereenkomst, het standaardcontract tussen gebouweigenaar en netbeheerder. Daarin staat hoeveel vermogen een gebouw maximaal mag afnemen: het gecontracteerd vermogen. Komt het verbruik daar structureel bovenuit, dan ontvangen het RVB en/of de gebruiker eerst een waarschuwing dat de contractcapaciteit wordt overschreden. Na drie waarschuwingen mag de netbeheerder de stroom afsluiten. Preventieve maatregelen zijn volgens het RVB daarom noodzakelijk.
Niet alle rijksgebouwen lopen via het RVB. Defensie en Rijkswaterstaat hebben zelf contracten met netbeheerders. Voor de panden die het RVB in eigendom heeft, beheert het rijksvastgoedbedrijf de energieaansluitingen en is het eindverantwoordelijk voor de installaties en het onderhoud. De gebruikers van die panden zijn zelf verantwoordelijk voor hun energieverbruik. Object- en assetmanagers van het RVB adviseren klanten en zorgen voor slimme sturingssystemen die de piekbelasting beperken.
Bewustwording als eerste stap
Marjon Bosman, programmamanager netcongestie bij het RVB, ziet de toolbox als hulpmiddel om oplossingen en maatregelen te vinden. Zij vindt het belangrijk dat elke rijksorganisatie al vroeg inzicht heeft in de energiebehoefte van haar gebouwen en in de problematiek rond het volle net. Volgens haar draait het in de eerste plaats om bewustwording.
Joline van Viegen, senior adviseur huisvesting bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, ziet een groot risico voor de verduurzamingsopgave. Zij noemt de rechtbank in Leeuwarden als voorbeeld: de overstap van gas naar bijvoorbeeld een warmtepomp vraagt een zwaardere aansluiting, en die is door netcongestie niet haalbaar. Verduurzaming moet dan worden uitgesteld of in stappen worden uitgevoerd. Bij sommige panden worden laadpalen uitgeschakeld, omdat de capaciteit beperkt is en de palen niet slim kunnen laden.
Batterijen die overdag met zonnepanelen op het dak worden geladen en op piekmomenten ontladen, kunnen het net ontlasten. Ze brengen volgens Van Viegen wel extra kosten met zich mee, die uit de eigen begroting van bijvoorbeeld gevangenissen en rechtbanken moeten komen. Dat levert financiële dilemma’s op. Tegelijk stijgt de energiebehoefte, onder meer door digitalisering en kunstmatige intelligentie. Per locatie experimenteren is nodig, met oog voor veiligheid en voor de bedrijfsprocessen van de gebruiker.
Samen het vermogen delen
Binnen de Raad voor vastgoed Rijksoverheid loopt een verkenning naar samenwerking bij netcongestie. Van Viegen onderzoekt daarin met zeven vastgoeddiensten van het Rijk hoe zij elkaar kunnen helpen. Een van de oplossingsrichtingen uit de toolbox is het vormen van energienetwerken, waarbij gebruikers in dezelfde buurt het gecontracteerd vermogen met elkaar delen. Justitie en Veiligheid is volgens Van Viegen wel terughoudend met het delen van informatie en data, omdat veiligheid voor het ministerie zwaar weegt. De verkenning richt zich daarom op wat binnen die grenzen wél mogelijk is.
Het onderwerp staat al langer op de agenda van het RVB. In februari 2024 publiceerde het al een bericht waarin piekbelasting als het grootste probleem werd aangewezen. Een dag voor het nieuwe bericht, op 15 april 2025, verscheen bovendien een RVB-publicatie over netcongestie.
Breder probleem voor vastgoedeigenaren
Wat het RVB beschrijft, speelt bij veel meer eigenaren en gebruikers van zakelijk vastgoed. Netbeheerders hebben in grote delen van Nederland wachtrijen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen voor grootverbruikers. Wie wil verduurzamen door van het gas af te gaan, laadpleinen aan te leggen of installaties te elektrificeren, loopt tegen dezelfde grens aan. Een warmtepomp, een elektrisch wagenpark of extra koeling voor serverruimtes verhoogt het gevraagde vermogen, terwijl de aansluiting niet mee kan groeien.
Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen twee opgaven die elkaar zouden moeten versterken. Verduurzaming van gebouwen is wettelijk en maatschappelijk gewenst, maar leidt vaak tot een hoger stroomverbruik op piekmomenten. Zolang het net niet is uitgebreid, moeten eigenaren creatief zijn: verbruik spreiden over de dag, slim laden, lokale opslag in batterijen en afspraken met buren over het delen van capaciteit. De toolbox van het RVB volgt precies die lijn.
Wat het betekent voor beleggers en gebruikers
Voor beleggers en eigenaren van kantoren en bedrijfsruimten is het RVB-verhaal een waarschuwing om het gecontracteerd vermogen en het werkelijke verbruik van hun gebouwen goed te monitoren. Een overschrijding die structureel wordt, kan in het uiterste geval tot afsluiting leiden, met grote gevolgen voor de huurder en voor de verhuurbaarheid. Ook in huurcontracten en onderhoudsplannen wordt de vraag belangrijker wie verantwoordelijk is voor het verbruik en wie voor de aansluiting en de installaties.
Voor gebruikers is de les dat energiebehoefte een vast onderdeel van huisvestingsplanning moet worden. Wie een uitbreiding, nieuwe apparatuur of verduurzaming plant, doet er goed aan vroeg na te gaan of de aansluiting dat aankan.
Wat er nu volgt
Het RVB wil dat rijksorganisaties vroegtijdig overzicht krijgen van hun energiebehoefte en de toolbox gebruiken bij hun planning. Preventieve maatregelen zoals slim laden en sturingssystemen moeten afsluiting voorkomen. De verkenning naar samenwerking tussen de vastgoeddiensten van het Rijk loopt door; concrete termijnen noemt het RVB niet.
Bron: Rijksvastgoedbedrijf