Wie in coronatijd met een verhuurder afsprak voorlopig de helft van de huur te betalen, kan daar niet zonder meer een definitieve korting aan ontlenen. Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft op 20 mei 2025 in een tussenarrest een café-exploitant opgedragen te bewijzen dat zo’n korting is overeengekomen (ECLI:NL:GHSHE:2025:1395).
De e-mail van september 2020
De verhuurder, die in een horecastraat zes bedrijfsruimtes en zestien bovenwoningen verhuurt, verhuurt een horecaruimte aan een vennootschap onder firma die er een café exploiteert. Toen eind september 2020 nieuwe coronamaatregelen het nachtelijke verdienmodel van de zaak raakten, mailde de ondernemer dat hij zolang de maatregelen golden graag 50% van de huur zou betalen. De beheerder van de verhuurder antwoordde met één woord: akkoord. Daarna bleef de beheerder echter facturen voor de volle huur sturen. Volgens de verhuurder was alleen uitstel van betaling afgesproken; de achterstand liep volgens haar op tot tienduizenden euro’s.
De kantonrechter in Eindhoven gaf de huurder op dit punt gelijk: partijen hadden een halvering van de huur afgesproken voor de periode van eind september 2020 tot het einde van de horecamaatregelen in februari 2022. Een indexatie van 14,5% per 2023 op basis van de CPI vond de kantonrechter wel aanvaardbaar.
Eerdere mails wijzen op uitstel
Het hof kijkt breder. De tekst van de mail van september 2020 laat beide uitleggen toe: wie vraagt tijdelijk de helft te mogen betalen, kan zowel kwijtschelding als uitstel bedoelen. Voor de uitleg zijn ook eerdere contacten van belang. In het voorjaar van 2020 vroeg de huurder om uitstel en kondigde hij aan de achterstand na de lockdown in te halen; de beheerder stelde voor voorlopig 40% te betalen en daarna samen om tafel te gaan. Volgens het hof moest de huurder daaruit begrijpen dat de verhuurder wilde meedenken via uitstel van betaling, niet via een huurverlaging. Ook in latere correspondentie was geen sprake van afstand van huur.
Bewijsopdracht
Omdat de huurder zijn stelling wel voldoende had onderbouwd, maar de verhuurder die gemotiveerd heeft betwist, mag de huurder nu bewijs leveren van de gestelde kortingsafspraak.
Les voor de praktijk
Het arrest laat zien hoe belangrijk het is om tijdelijke betalingsafspraken expliciet vast te leggen: gaat het om korting of om uitstel, en wat gebeurt er met het restant? De zaak loopt verder; het hof neemt na de bewijslevering een eindbeslissing.