NEPROM heeft op dinsdag 9 december in Utrecht een themasessie voor leden gehouden over de Ontwerp-Nota Ruimte, de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting van Nederland. Drie opstellers van het document bij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) lichtten de plannen toe. De vereniging van projectontwikkelaars gebruikt de inbreng van de leden voor haar eigen zienswijze, die uiterlijk maandag 15 december moet zijn ingediend.
Opstellers van het ministerie aan het woord
Namens het ministerie van VRO spraken Errik Buursink, Tim Slokker en Nils Markink, die NEPROM aanduidt als de opstellers van de Ontwerp-Nota Ruimte. De sessie was opgebouwd rond drie blokken: de analyse, opgaven en visie; de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur; en de uitvoering.
De Ontwerp-Nota Ruimte maakt keuzes voor 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. Het document is een uitwerking van de contourennotitie die het Rijk in oktober 2023 publiceerde. De nota onderscheidt vier nauw samenhangende thema’s: wonen, werken en bereikbaarheid; economie en energie; landbouw en natuur; en water en bodem. Daarbinnen komen opgaven aan bod als woningbouw, bereikbaarheid, energie, defensie, economie, water, bodem, landbouw en natuur.
Volgens de toelichting moet de Nota Ruimte minimaal tien tot vijftien jaar als leidraad dienen. De bijbehorende Uitvoeringsagenda is bedoeld als sturingsinstrument dat zo nodig op kortere termijn kan worden bijgesteld. De definitieve nota wordt naar verwachting na de zomer van 2026 vastgesteld, afhankelijk van de kabinetsformatie en het nieuwe regeerakkoord.
Wat staat er in de ontwerpnota?
Minister Mona Keijzer van VRO stuurde de Ontwerp-Nota Ruimte op 26 september naar de Tweede Kamer, namens een reeks betrokken bewindspersonen, onder wie die van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei, Landbouw en Defensie. Bij het document horen een planMER, een passende beoordeling en een participatieverslag. De stukken liggen van 6 oktober tot en met 15 december ter inzage; in die tien weken kan iedereen een zienswijze indienen.
In haar aanbiedingsbrief zet de minister een aantal hoofdlijnen neer. Het motto is dat elke regio telt: iedere regio moet een passende rol krijgen en bijdragen aan de nationale opgaven, waarbij de sterke punten van regio’s behouden blijven en waar nodig worden versterkt. Voor het wonen wijst de nota nationale en regionale grootschalige woningbouwlocaties aan, verspreid over het land, voor ongeveer een miljoen nieuwe woningen tot 2035.
Voor werken en bereikbaarheid richt de nota zich op economisch sterke regio’s met voldoende ruimte voor economische groei, en op energie- en verkeersinfrastructuur die gelijk oploopt met de groei van bevolking en economie. Energie-intensieve industrieclusters moeten verduurzamen en worden versterkt vanwege hun belang voor de strategische autonomie van Nederland. Vraag en aanbod van elektriciteit moeten slimmer ruimtelijk worden gepland om netcongestie tegen te gaan. Defensie krijgt voldoende ruimte, en de nota zet in op een sterke, toekomstbestendige landbouw die past bij veranderende omstandigheden van water en bodem. Volgens de brief zijn de vier thema’s even relevant.
De definitieve Nota Ruimte, met Uitvoeringsagenda, gaat de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) uit 2020 vervangen als nationale omgevingsvisie.
Waarom dit ertoe doet voor ontwikkelaars en beleggers
Voor projectontwikkelaars en vastgoedbeleggers is de Nota Ruimte meer dan een abstract beleidsdocument. Het Rijk legt hierin vast waar de komende decennia grootschalig gebouwd mag worden, waar ruimte is voor bedrijvigheid en waar andere functies, zoals water, natuur, energie of defensie, voorrang krijgen. Die keuzes werken door in provinciale omgevingsverordeningen en gemeentelijke omgevingsplannen en bepalen daarmee uiteindelijk welke locaties ontwikkelbaar worden.
Juridisch is een omgevingsvisie onder de Omgevingswet alleen bindend voor de overheid die haar vaststelt. Burgers en bedrijven krijgen pas met de keuzes te maken als het Rijk ze vertaalt in instructieregels, programma’s of projectbesluiten, en als provincies en gemeenten ze overnemen in hun eigen regels. Voor de praktijk van ontwikkelaars is de richting die de nota aangeeft daarom vooral een signaal over waar de overheid de komende jaren wel en niet aan wil meewerken.
Een paar thema’s springen er voor de vastgoedsector uit. De aanwijzing van grootschalige woningbouwlocaties geeft richting aan de grondmarkt en aan de vraag waar ontwikkelaars posities willen innemen. De nadruk op het slimmer plannen van elektriciteitsvraag en -aanbod raakt direct aan netcongestie, die op veel plekken nu al nieuwe bedrijventerreinen, logistieke projecten en woonwijken vertraagt. En als het natuurlijk systeem van water en bodem zwaarder gaat meewegen, kan dat betekenen dat sommige laaggelegen of slappe-bodemlocaties duurder of minder geschikt worden voor bebouwing.
Voor ontwikkelaars die investeren in locaties met een lange doorlooptijd is voorspelbaarheid van rijksbeleid daarom een kernbelang. NEPROM kondigt aan een zienswijze op de Ontwerp-Nota Ruimte in te dienen en daarbij de inbreng van de leden uit de bijeenkomst in Utrecht te gebruiken. Wat NEPROM precies in die zienswijze zal opnemen, maakt de vereniging in haar verslag niet bekend.
Wat volgt
De inzagetermijn voor de Ontwerp-Nota Ruimte, het planMER en de passende beoordeling loopt tot en met maandag 15 december. Daarna verwerkt het ministerie de zienswijzen. Het ministerie verwacht de definitieve Nota Ruimte na de zomer van 2026 vast te stellen, al hangt die planning af van de formatie van een nieuw kabinet en de afspraken in het regeerakkoord. Tot die tijd blijft de NOVI uit 2020 de geldende nationale omgevingsvisie.
Bron: NEPROM – Themasessie Nota Ruimte (11 december 2025)
Extra bron: Kamerbrief Publicatie Ontwerp-Nota Ruimte, minister van VRO (26 september 2025)