Het aantal huurders van woningcorporaties met een huurachterstand is in 2025 gedaald tot ongeveer 122.000, tegen circa 140.000 een jaar eerder. Tegelijk liep het aantal gedwongen huisuitzettingen licht op, van ongeveer 1.300 naar 1.400. Dat blijkt uit de Corporatiemonitor huurachterstanden en huisuitzettingen 2026 die koepelorganisatie Aedes op 29 oktober publiceerde. De achterstanden die er zijn, duren wel vaker langer, en ongeveer de helft van de corporaties ziet de problemen in de eerste helft van 2026 alweer toenemen.
Minder huurders, maar langere achterstanden
Aedes baseert de cijfers op een uitvraag onder ruim 120 woningcorporaties, die samen ongeveer de helft van alle corporatiewoningen bezitten. De uitkomsten zijn opgehoogd naar de hele sector.
De daling van het aantal huurders met een achterstand is fors: ongeveer 18.000 minder dan in 2024. Achter dat gunstige totaal gaat echter een verschuiving schuil. Van de 122.000 huurders met een achterstand heeft ongeveer 64 procent een schuld van één tot twee maanden huur. Ongeveer 36 procent loopt meer dan twee maanden achter. In 2024 lag dat aandeel nog rond de 30 procent. Een kleinere groep huurders heeft dus gemiddeld een hardnekkiger betalingsprobleem.
Ook het aantal verzoeken om een betalingsregeling steeg. Corporaties kregen in 2025 ongeveer 114.000 verzoeken, terwijl dat aantal sinds 2022 jaarlijks rond de 100.000 lag. Volgens Aedes gaan corporaties op vrijwel alle verzoeken in. Naast een regeling zetten zij onder meer budgetcoaches in, passen zij de incassodatum aan of zetten zij de huurincasso tijdelijk stil, vaak in samenwerking met gemeenten en schuldhulpverlening.
Snel contact als eerste verdedigingslinie
Een groot deel van de aanpak draait om vroeg ingrijpen. Negen op de tien corporaties nemen binnen een maand na het ontstaan van een achterstand contact op met de huurder, ongeveer een op de drie zelfs binnen een week. Volgens de corporaties werken een huisbezoek of een telefoongesprek het best, omdat zij dan niet alleen naar de schuld maar ook naar de omstandigheden van de huurder kunnen kijken.
Corporaties en gemeenten hebben hun samenwerking vastgelegd in het Landelijk Convenant Vroegsignalering. In september 2026 spraken zij nadere bestuurlijke vervolgafspraken af. Uit de vorige editie van de monitor, die in november 2025 verscheen, bleek dat 84 procent van de corporaties aan het convenant deelneemt, maar dat slechts 16 procent zei dat het delen van signalen met de gemeente ook tot snellere hulp leidt. Daar ligt dus nog ruimte voor verbetering.
Huisuitzettingen stabiel op 1.300 à 1.400
Het aantal gedwongen ontruimingen steeg licht naar ongeveer 1.400. Na een sterke daling vanaf 2015 schommelt het aantal de laatste jaren tussen 1.300 en 1.400 per jaar. Huurachterstand speelt bij ongeveer zeven op de tien uitzettingen een rol, vaak in combinatie met andere problemen zoals overlast, illegale onderhuur of drugs in de woning.
Aedes wijst er daarnaast op dat een deel van de huishoudens simpelweg te weinig inkomen heeft om rond te komen. De koepel benadrukt dat vroegtijdige hulp en goede samenwerking met gemeenten belangrijk blijven, maar dat de verantwoordelijkheid voor het inkomensbeleid bij het Rijk ligt. Een groep huurders blijft volgens Aedes kwetsbaar voor betalingsproblemen.
Wat betekent dit voor de sector?
Voor woningcorporaties zijn huurachterstanden in financiële zin een relatief bescheiden post. Volgens de vorige monitor bedroeg de totale achterstand in 2024 ongeveer € 180 miljoen, zo’n 1,1 procent van de huuropbrengsten. De maatschappelijke en organisatorische betekenis is groter. Elke achterstand vraagt om persoonlijk contact, maatwerk in regelingen en vaak afstemming met de gemeente. Dat legt beslag op de capaciteit van corporaties, die tegelijk onder druk staan om nieuwe woningen te bouwen en hun bestaande bezit te verduurzamen.
De nieuwe cijfers geven een gemengd beeld. Het dalende aantal huurders met een achterstand en het groeiende aantal betalingsregelingen kunnen erop wijzen dat huurders sneller aan de bel trekken en dat de vroegsignalering werkt. Het grotere aandeel langdurige achterstanden en de signalen uit de eerste helft van 2026 laten zien dat een harde kern van huishoudens moeilijk uit de problemen komt.
Voor beleggers en particuliere verhuurders in het gereguleerde en middeldure segment zijn de corporatiecijfers een nuttige graadmeter voor de betaalbaarheid aan de onderkant van de huurmarkt. Waar corporatiehuurders met de laagste inkomens moeite hebben hun huur te betalen, staat ook de betaalbaarheid in aangrenzende segmenten onder druk. De aanpak van corporaties, met vroeg contact en flexibele regelingen, kan ook voor andere verhuurders een voorbeeld zijn om incassokosten en leegstand door ontruiming te beperken.
Wat volgt
Ongeveer de helft van de corporaties meldt dat zowel het aantal huurders met een achterstand als de schuld per huurder in de eerste helft van 2026 weer is gestegen. Of de daling van 2025 een tijdelijke dip was, moet blijken uit de volgende editie van de monitor. De bestuurlijke afspraken over vroegsignalering die corporaties en gemeenten in september maakten, moeten de komende periode laten zien of de hulp aan huurders met betalingsproblemen sneller op gang komt.
Bron: Aedes – Minder huurders met een huurachterstand (29 oktober 2026)
Extra bronnen: PropertyNL – Minder huurders met een huurachterstand · Aedes – Corporatiemonitor huurschulden en huisuitzettingen 2025
Beeld: “Zwolle Dieze Oost Portiekflats” door Onderwijsgek (Wikimedia Commons), CC BY-SA 3.0