Wie in Nederland een verhuurde woning koopt, betaalt daar fors meer voor dan een jaar geleden. Volgens de experimentele prijsindex voor commercieel vastgoed, die het CBS samen met het Kadaster maakt en op 1 september bijwerkte tot en met het tweede kwartaal van 2026, lagen de prijzen van huurwoningen 10,4 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is ruim drie keer zo veel als bij winkels (3,2 procent). Kantoren (5,7 procent) en industrieel vastgoed (4,7 procent) zitten daartussen.
Wat zeggen de cijfers
Het CBS publiceert per vastgoedtype een gemeten prijsindex en een trendlijn. De trendlijn filtert toevallige schommelingen uit de kwartaalcijfers en is daarom de beste maat voor de richting van de markt. De tabel hieronder is gebaseerd op die trendlijn. De laatste kolom is een berekening van de redactie: de stijging van de trendwaarde sinds het eerste kwartaal van 2015.
| Type | Trend t.o.v. jaar eerder (2e kw. 2026) | Trend t.o.v. vorig kwartaal | Trendwaarde 2e kw. 2026 | Stijging trend sinds 1e kw. 2015 (redactie) |
|---|---|---|---|---|
| Huurwoningen | +10,4% | +2,5% | 262,7 | +165% |
| Kantoren | +5,7% | +1,3% | 198,2 | +95% |
| Industrie | +4,7% | +1,1% | 220,8 | +123% |
| Winkels | +3,2% | +0,8% | 139,4 | +36% |
De verschillen over langere termijn zijn groot. Huurwoningen zijn sinds begin 2015 ruim 2,6 keer zo duur geworden. Bij winkels is de trendwaarde in dezelfde periode met iets meer dan een derde gestegen. Industrieel vastgoed, waaronder bedrijfshallen en productieruimte, verdubbelde ruim. Bij kantoren gaat het om bijna een verdubbeling.
Ook het verloop sinds de renteschok van 2022 verschilt sterk per segment. Bij huurwoningen stond de trendlijn in 2022 vrijwel stil, rond 210. Sindsdien is hij met een kwart gestegen. Kantoren kwamen in de eerste helft van 2023 tot stilstand, rond 170,6. Vanaf dat dieptepunt is de trend met ongeveer 16 procent opgelopen. Industrieel vastgoed is de enige categorie waarvan de trend sinds 2022 geen enkel kwartaal heeft stilgestaan. Daar daalt het groeitempo wel: van ruim 8 procent per jaar in 2024 naar 4,7 procent nu.
Wie naar de gemeten indexcijfers kijkt in plaats van naar de trendlijn, ziet hetzelfde patroon, met wat meer ruis. Volgens een berekening van de redactie lag de gemeten index voor huurwoningen in het tweede kwartaal 9,2 procent hoger dan een jaar eerder. Voor kantoren was dat 6,1 procent, voor industrie 3,9 procent en voor winkels 3,7 procent. Huurwoningen staan in beide reeksen bovenaan.
Waarom stijgt het
De index is gebaseerd op alle overdrachten van commercieel vastgoed die het Kadaster registreert. Transacties tussen gelieerde partijen worden eruit gefilterd. Met een zogeheten hedonische methode corrigeert het CBS voor verschillen in kenmerken, zoals oppervlakte, bouwjaar, ligging en WOZ-waarde. De index meet dus de prijsontwikkeling voor vergelijkbare objecten, niet het gemiddelde transactiebedrag.
Het CBS geeft zelf geen verklaring voor de verschillen. De reeks laat wel zien dat de huurwoningenindex al jaren met de woningmarkt meebeweegt. In 2013 lag de trend bijna 7 procent lager dan een jaar eerder, eind 2016 juist ruim 21 procent hoger. Dat zijn dezelfde jaren waarin de koopwoningmarkt eerst daalde en daarna hard opveerde. Ook de huidige versnelling valt samen met een periode waarin de prijzen van bestaande koopwoningen fors stegen.
Bij kantoren past de stijging bij een beleggingsmarkt die na de correctie weer op gang kwam. Zo meldde CBRE eerder dat het beleggingsvolume in zakelijk vastgoed in het eerste halfjaar met 36 procent steeg. Winkels laten al jaren de kleinste prijsstijging zien, ook al herstelden de retailbeleggingen in het eerste halfjaar gestaag.
Wat betekent dit voor beleggers en gebruikers
Belangrijk is dat dit nadrukkelijk experimentele cijfers zijn. Het CBS noemt ze bètacijfers en raadt af ze te gebruiken voor formele doeleinden, zoals het indexeren van contracten. De onzekerheidsmarges zijn ruim. Voor huurwoningen ligt de trendwaarde met 95 procent zekerheid tussen 250,7 en 275,4, voor kantoren tussen 186,4 en 210,7. De richting is daarmee wel duidelijk, maar op een procentpunt meer of minder moet niemand een investeringsbeslissing baseren.
Voor woningbeleggers is de stijgende transactieprijs van huurwoningen een tweesnijdend zwaard. Verkopers profiteren ervan. Voor kopers wordt het lastiger om het aanvangsrendement op peil te houden, zeker nu de huurstijging bij gereguleerde woningen aan een maximum is gebonden.
Voor kantoorbeleggers bevestigen de cijfers het beeld van een markt die zich langzaam herstelt, met sterke verschillen tussen goed gelegen, duurzame panden en verouderde objecten. Dat onderscheid maakt de index niet. In de verhuurmarkt is het wel goed zichtbaar, zoals de vlucht naar kwaliteit op de kantorenmarkt laat zien. Gebruikers die willen kopen in plaats van huren, zien bedrijfshallen en productieruimte nog steeds duurder worden, maar in een lager tempo.
Om in de gaten te houden
- Revisies: bij elke kwartaalupdate kan de trendlijn van eerdere kwartalen nog veranderen. In het eerste kwartaal van 2026 verbeterde het CBS bovendien de data vanaf 2023, waardoor het verloop sindsdien is aangepast.
- Kantoren: het gemeten indexcijfer schommelt sterk per kwartaal (184,0 in het eerste en 202,3 in het tweede kwartaal). Pas over meerdere kwartalen wordt duidelijk of het herstel doorzet.
- Winkels: de groei van de trendlijn ligt al zeven kwartalen rond 0,8 procent per kwartaal.
- Volgende update: het CBS werkt de tabel elk kwartaal bij. De cijfers over het derde kwartaal volgen naar verwachting rond eind november.
Meer cijferverhalen staan in de rubriek Vastgoed in cijfers.
Bron: CBS – Prijsindices commercieel vastgoed · Extra bron: CBS/Kadaster – Prijsindex commercieel vastgoed 2008Q1–2026Q2 (xlsx)