Een verhuurder die een winkelcentrum wil laten herontwikkelen, kan de huur van een winkelier beëindigen via de belangenafweging, ook als een beroep op dringend eigen gebruik niet opgaat. Dat blijkt uit een vonnis van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 12 juni 2024 (ECLI:NL:RBNHO:2024:5774) tussen Blackfish Beheer en Parfumerie Douglas Nederland.
Flexibele verlenging
Douglas huurt sinds 2007 een winkelruimte in de Kroonpassage. Nadat de keten in 2021 had opgezegd, maar toch bleef zitten, sloten partijen in oktober 2022 een allonge: de huur liep voortaan voor onbepaalde tijd door met een opzegtermijn van drie maanden. De kantonrechter keurde die afwijking van het dwingende huurrecht goed. Op de achtergrond speelden plannen voor herontwikkeling van het winkelcentrum en de wens van Douglas om op termijn naar het voormalige V&D-pand te verhuizen.
Eerste opzegging nietig
Blackfish, sinds augustus 2023 eigenaar, zegde in juli 2023 op zonder een reden te noemen. Die opzegging is nietig: de wet eist dat de opzeggingsgronden worden vermeld en de goedkeuring van de kantonrechter had alleen betrekking op de termijnen, niet op die eis. Een tweede opzegging in augustus 2023 noemde wel gronden en was daarmee geldig.
Verkoop is geen eigen gebruik
Het beroep op dringend eigen gebruik slaagde niet. Blackfish wilde de ruimte leeg opleveren aan een ontwikkelaar, met wie zij een ontwikkelovereenkomst had. Vervreemding valt echter niet onder duurzaam eigen gebruik. De wachttijdregeling voor nieuwe verhuurders stond een opzegging hier overigens niet in de weg, omdat het niet om het einde van de eerste huurtermijn ging.
Belangenafweging valt uit in voordeel verhuurder
Bij de afweging van belangen woog mee dat er een sloopmelding was gedaan, de omgevingsvergunning in december 2023 was aangevraagd, andere huurders in de passage al akkoord waren met vertrek en de ruimte volgens de plannen plaats moet maken voor parkeerplaatsen en openbaar terrein. Daartegenover stond het belang van Douglas om twee verhuizingen te voorkomen. De rechter wees erop dat beide partijen als professionals bewust voor een tijdelijke, flexibele constructie hadden gekozen en dat de onzekerheid over het V&D-pand tot het ondernemersrisico van Douglas behoort.
Wat volgt
De huur eindigt op 31 juli 2024. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Over de tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten mogen partijen, op hun eigen verzoek, nog verder procederen.